Donaties

Iedereen kan het werk van de Stichting Draagt Elkanders Lasten steunen.

Stort uw giften op:
giro: 29.70.700 

of op:
bankrekeningnummer
65.32.60.008 (ING Bank)

ten name van

Draagt Elkanders Lasten te Apeldoorn.

Erdee Media Groep

Zoeken

Israël 2006

Actie Israël 2006: Aan onze abonnees

Vanuit Libanon bestookten leden van de Hezbollahbeweging in het achterliggende jaar flinke delen van Israël met raketten. Ik vind dat erg. Ik weet wel dat er ook vredelievende islamieten zijn. Maar tal van andere moslims zouden niets liever willen dan de Joodse staat van de kaart vegen. Als christen geloof ik dat het waar is wat de apostel Paulus schrijft in Romeinen 11: de Joden zijn "beminden omder vaderen wil." Daarom ben ik er stellig van overtuigd dat het goed is om het Joodse volk te steunen.
Hoe? Al in het begin van zijn bestaan begon het RD met acties voor Israël. Toen steunde de krant het Shaare Zedekziekenhuis te Jeruzalem. Overleg met de staf van dat hospitaalhad als resultaat dat een deel van de opbrengst van de fondswerving bestemd gaat worden voor dat ziekenhuis. Het geld is voor uitbreiding en renovatie van de kinderafdeling.Onze steun betreft in het bijzonder de afdeling voor noodhulp aan kinderen.

Ik vraag niet alleen aandacht voor het lichaam. Messiasbelijdende Joden zitten te springen om goed materiaal voor Bijbelstudie. Een deel van de opbrengst van de actie wordt daarom besteed aan het vertalen in het Hebreeuws van het commentaar van Matthew Henry op het Evangelie naar Johannes.

Ik mik voorlopig voor de beide projecten samen op eenbedrag van 315.000 euro. Zo zijn de plannen. Zo luiden de voorstellen. Maar ik hoop van harte dat er meer binnenkomt. Het zou geweldig zijn als zowel het Shaare Zedekziekenhuis als het vertaalproject van Matthew Henry een extraatje zou kunnen ontvangen. Om mensen lichamelijk en geestelijk van dienst te zijn.

Doe mee! Stort uw gift op gironummer29.70.700 of op bankrekeningnummer 65.32.60.008 van Draagt Elkanders Lasten te Apeldoorn (via deze stichtingwikkelt het RD zijn acties af). Bedankt. Namens het Joodse volk.

Een Joods ziekenhuis voor iedereen

israelziekenhuis.jpgShaare Zedek. Poorten der gerechtigheid, betekent dat in het Nederlands. Uri weet niet goed wat de herkomst van de naam is. Nou ja, hij weet het wel, maar er zijn twee mogelijkheden en hij weet niet goed welke mogelijkheid hij deze keer zal noemen. "Er is namelijk een lezing die zegt dat de stichters het ziekenhuis zo noemden omdat ze toen, in 1902, wilden dat er binnen de poorten van de stad een plaats zou zijn waar gerechtigheid was. Waar iedereen behandeld kon worden in een ziekenhuis dat werkte op basis van de Joodse leefregels."
Hij kijkt een beetje schelms en houdt zijn hoofd schuin. "De minder verheven verklaring is dat de buurt waar het oude ziekenhuis stond, aan de Jaffastraat hier in Jeruzalem, wel "Shaare Zedek" werd genoemd. Naar een straatje in die wijk dat nog steeds die naam draagt." Hij draait in zijn grote stoel om een blik op z'n computerscherm te werpen. "'t Zou best eens allebei waar kunnen zijn", concludeert hij diplomatiek.

Uri Schwarz is voor het ziekenhuis een belangrijk man. Dat is te zien aan zijn kamer, maar bovenal aan de onophoudelijk rinkelende telefoons op zijn bureau. Hij heeft twee vaste toestellen en daarbij zingt ook zijn mobieltje om de zo veel minuten een opdringerig melodietje door de ruimte. "Sorry, het is belangrijk", zegt hij steeds als de telefoon gaat.

Het Shaare, zoals het in Jeruzalem heet, is het in grootte tweede ziekenhuis van de vier ziekenhuizen die de stad telt. "We zijn met ruim 500 bedden iets kleiner dan het Hadassahziekenhuis."

Het ziekenhuis, waar per dag zo'n 15.000 mensen de deur in- en uitlopen, wordt gerund volgens de leefregels van de Joodse Torah. "Er zijn 613 geboden en daar houden we ons aan." Hij zwaait luchtig met zijn arm, alsof hij het iets minder heftig wil maken: "De sabbat wordt hier strikt nageleefd en het eten is koosjer. Dat is het trouwens in alle ziekenhuizen in Jeruzalem, maar het is hier allemaal iets strenger. Maar boven alles staat het leven hier in zeer hoog aanzien. De beschermwaardigheid van het leven is voor ons het allerbelangrijkste. Daaraan doen we geen enkele concessie."

Omdat het Shaare Zedek een niet-overheidsgebonden ziekenhuis is, krijgt het geen sjekel subsidie van de Israëlische overheid. Uri wil het in detail gaan uitleggen, maar ziet ervan af. "Een paar grote lijnen. Iedere Israëliër is verzekerd. En als hij ziek wordt, helpen wij hem. Daarvoor betaalt de verzekering aan het ziekenhuis. Dat gaat allemaal met contracten en afspraken, maar gemiddeld kunnen we hier dus de zorg verlenen tegen kostprijs. Dat wordt vergoed. Maar al het andere, alle investeringen aan gebouwen, apparaten en noem het allemaal verder maar op, zijn voor eigen rekening."

Hij zwijgt veelbetekenend. "Dat moeten we dus particulier binnen zien te halen. Per jaar gaat het dan om ongeveer 12 miljoen Amerikaanse dollars."

De grootste geldschieter van het Shaare Zedekziekenhuis zijn de Verenigde Staten. "Daarna komt het Verenigd Koninkrijk en dan Holland. Nederland is in grootte de derde donateur en voor ons dus erg belangrijk. De Nederlandse stichting Shaare Zedekziekenhuis doet erg goed werk." Hij steekt zijn duim in de lucht: "Erg goed."

Op een van de afdelingen wijst hij in een zee van muurbordjes met daarop namen van donateurs feilloos het bordje aan dat destijds werd opgehangen toen het RD een van de eerste acties voerde voor het Shaare Zedekziekenhuis. "Bokma", zegt hij lachend, terwijl hij met zijn vinger over de letters van de naam van de eerste directeur van het RD gaat. In een gang naar de grote hal van het ziekenhuis -"ik noem het altijd onze stationshal"- wijst hij op twee schilderijen waarop het Hollandkoor staat afgebeeld. "Holland, Holland", roept hij, terwijl hij snel weer doorloopt naar een andere ruimte.

Want hij wil graag even het bijzondere ontwerp laten zien van de afdeling waar per jaar zo'n 10.000 kinderen geboren worden. "Een beroemde afdeling in de stad." Hij wijst naar het bolvormige plafond: "De vorm van een baarmoeder. In het dak zijn figuurtjes uitgespaard met daarin glas met verschillende kleuren. Met dat de dag vordert, tovert het zonlicht steeds veranderende figuren in wisselende kleuren op de balie en het meubilair. Om duidelijk te maken dat het hier op deze afdeling in het bijzonder om leven draait. Leven dat steeds weer anders is. Nieuw leven, dat ook."

Via een van de twee synagoges die het ziekenhuis telt, gaat het snel weer terug naar zijn kamer. Want Schwarz moet nog uitleggen met welk groot renovatieproject het ziekenhuis nu bezig is en waarvoor het graag extra steun uit Holland krijgt. Het Shaare Zedekziekenhuis heeft namelijk besloten om alle kinderafdelingen in het hele hospitaal bij elkaar onder één dak te brengen. "Nu is alles over het gebouw verdeeld en dat is erg lastig. Bovendien worden juist de verschillende kinderafdelingen steeds belangrijker. Jeruzalem heeft namelijk een bijzonder jonge bevolking. Daarbij zijn de meeste afdelingen voor het laatst in 1979 opgeknapt en is het allemaal vreselijk verouderd."

Hij wijst naar de muren en het plafond. "De verf bladdert eraf, het kan zo echt niet meer. Juist voor kinderen is een vrolijke, kleurige omgeving met daarin de modernste apparatuur van het grootste belang."

Met het geld dat met de actie van het Reformatorisch Dagblad wordt opgehaald, wordt een speciale afdeling opgezet voor kinderen met ademhalingsproblemen. "Vooral tegenwoordig zijn er steeds meer kinderen en jongeren met ernstige vormen van astma en bronchitis", aldus Schwarz. "Door de slechtere leefomstandigheden van armere gezinnen komen ademhalingsproblemen daar meer voor dan bij anderen. En Jeruzalem is nu eenmaal de armste grote stad van dit land. Ongeveer 20 procent van de families in de stad leeft onder de armoedegrens. En dat betekent weer dat 37 procent van alle kinderen in Jeruzalem onder die armoedegrens leeft."

Omdat de kinderen vaak lang op de zogenaamde "inhaleringsafdeling" behandeld moeten worden, is het belangrijk dat er niet alleen goede, moderne apparatuur is, maar ook allerlei andere voorzieningen. "Speelgoed voor de jongere kinderen, boeken voor de oudere, makkelijke stoelen voor de ouders die aanwezig moeten zijn bij de behandeling en noem het allemaal maar op."

Het ziekenhuis rekent weer op de steun van de christenen uit Holland, meent hij. Hij roemt de samenwerking en geeft tegelijk toe dat er in het ziekenhuis inderdaad geen Bijbels met daarin het Nieuwe Testament mogen worden uitgedeeld. Even valt de spraakwaterval stil als dat onderwerp ter sprake komt. Hij buigt zich over het bureau. "Maar dat heeft niets te maken met dat wij christenen niet mogen of zo. Er wordt hier helemaal niets uitgedeeld."

Hij slaat met zijn hand zacht maar nadrukkelijk op het bureau. "Geen pamfletjes, geen Koran, geen Bijbel. Niets. Natuurlijk mogen mensen in dit ziekenhuis in hun Bijbel lezen, inclusief het Nieuwe Testament. Dat spreekt voor zich. Ze mogen ook in de Koran lezen. We hebben moslimpatiënten, we hebben moslimwerknemers. Iedereen is hier welkom, maar het is een Joods ziekenhuis. En daarvoor vragen we respect. Wij, Joden en christenen, hebben heel veel gemeenschappelijk. We proberen hier niemand tot het jodendom te bekeren. We hebben respect voor andere godsdiensten. Maar we vragen ook respect. Alleen daarom kunnen we hier ons werk doen in deze stad. Belangrijk werk, voor iedereen."

Hier blijf ik altijd "de Hollander"

israelhollander.jpgHij is gezien in het ziekenhuis, ook al is zijn statuur nederig. Kalend, een grijze baard, een enigszins ineengedoken gestalte. Maar zijn handdruk is krachtig en hij spreekt zijn moederstaal onberispelijk. Hij glimlacht. "Mijn vrouw, van oorsprong een Franstalige Belg, is een talenwonder en we spreken thuis regelmatig Nederlands."
Hij woont en werkt al 38 jaar in Jeruzalem en had eigenlijk al met pensioen moeten zijn. "Maar ze vroegen of ik nog even wilde doorgaan." Even? Hij strijkt over zijn baard. Dan: "het einde komt in zicht, ik wil gaan afbouwen."

Een drukke prater is hij niet. Maar de passie voor Israël en het Joodse volk spreekt uit ieder zorgvuldig gekozen woord, uit iedere handbeweging. "Het is voor mij nooit een vraag geweest of ik in Nederland zou blijven wonen. Toen in 1948 de Joodse staat werd opgericht, was dat voor mij zo'n geweldige gebeurtenis, daar wilde ik naar toe. Als je als Jood de mogelijkheid hebt om je Jood-zijn te beleven in een Joods land, dan moet je volgens mij van die mogelijkheid gebruikmaken."

Van Dijk laat er geen onduidelijkheid over bestaan dat hij praktiserend Jood is. "Orthodox ja, al zijn ook daar weer zo veel verschillende stromingen in. Het is voor een buitenstaander moeilijk uit te leggen. Maar we hebben allemaal gemeen dat we leven willen volgens de Thora. We hebben dezelfde taak en dezelfde toekomst."

Wat die taak is, wil hij wel uitleggen. "God zegt in de Bijbel dat de Joden een volk van priesters moeten zijn, een heilig volk. Dat lijkt me dus wel duidelijk. En de toekomst: dat is de komst van de Messias. Ik wil me afzijdig houden van allerlei bespiegelingen over hoe dat zal zijn en wat er dan gebeurt. Daar zijn we in het jodendom niet zo op gesteld. De profeten vertellen erover en dat is het. Voor ons is de taak dat we goed leven in het hier en nu en daarmee de komst van de Messias bespoedigen."

Samen met zijn ouders overleefde Van Dijk de Tweede Wereldoorlog doordat rooms-katholieke Nederlanders in Vlaardingen het gezin een onderduikadres verleenden. "Dat was groots. Dat die mensen dat deden. Uit religieuze motieven, dat denk ik wel. En uit vaderlandsliefde, dat ook. Nooit maar dan ook nooit hebben ze geprobeerd het christendom aan ons op te dringen. Ze zeiden tegen ons: wij zijn katholiek en jullie zijn Joods en dat is het. Dat heb ik altijd bijzonder gewaardeerd."

Met de steun van christenen uit Nederland voor het Shaare Zedekziekenhuis is hij bijzonder blij. "Het is hard nodig, want de overheid subsidieert hier de gezondheidszorg met geen cent. En dat er een ziekenhuis is in deze stad dat werkt op een Bijbelse, Joodse grondslag, is erg belangrijk. De waarde van het leven staat hier boven alles." Hij steek z'n vinger op. "Let wel: ik zeg de waarde van het leven. En niet, zoals in Nederland vaak gebeurt, de kwaliteit van het leven. We spreken niet over kwaliteit van leven, omdat ieder leven zijn waarde heeft. En het is onze taak om mensen de beste zorg te geven die ze in hun specifieke situatie nodig hebben. Hoe ziek of hoe oud iemand ook is: hij of zij krijgt de beste basisbehandeling die er is. Dat is voor ons echt onaantastbaar."

In het ziekenhuis wordt Van Dijk nog altijd "De Hollander" genoemd. Hij glimlacht. "Ik ben dat misschien ook wel een beetje. Ik hou van orde, van recht en eerlijk. Toen ik hier kwam, was het hier gewoon een bende. In Israël doet men het allemaal net weer wat anders. Daar ben ik inmiddels wel aan gewend, maar je afkomst blijft je bij en daar schaam ik me helemaal niet voor."

Voor de stichting Shaare Zedekziekenhuis in Nederland heeft hij veel respect. "Ik heb als Jood helemaal niets tegen christenen. We hebben heel veel gemeenschappelijks en het is goed om dat te merken. Voor mij draait de omgang met mensen, ook van andere geloven, vooral om respect. We hebben hier in dit ziekenhuis respect voor iedereen. Voor Joden, voor christenen, voor moslims. Ze zijn hier allemaal welkom, ze mogen hier allemaal werken. Maar het is een Joods ziekenhuis. En dat mag ook, dat moet zo blijven."

Osher - aflevering 1

osher1.jpgIn het Shaare Zedekziekenhuis in Jeruzalem ligt de kleine Osher Ohayon. Een kwetsbaar kind dat ziek is sinds zijn geboorte drie jaar geleden. De zaal waar hij wordt behandeld, draagt de naam van Sprinza Zula Fisch. Zij werd op twaalfjarige leeftijd vermoord in de gaskamers van Auschwitz. Een groter contrast is nauwelijks denkbaar. Sprinza en Osher. Auschwitz en Shaare Zedek.
Vandaag start een serie van tien foto's over dit kind, Osher. Over de liefde van zijn moeder Ifat Ohayon en over de zorg van de artsen en verpleegkundigen van het Shaare Zedekziekenhuis in Jeruzalem voor dit kwetsbare leven.

 

Het Licht wint, ook in Israël

israellicht.jpgHet levensverhaal van de 44-jarige David Zadok is er een zoals je ze in boeken leest. Zijn voorouders kwamen oorspronkelijk uit Irak. David werd als klein jochie door een oom en tante, die in Iran woonden, in huis genomen. "Ze zagen mij als hun zoon en ik heb hen ook altijd een beetje als mijn ouders gezien."
In 1978 -David was toen 15 jaar oud- werden de Joden in Iran door de Israëlische ambassade opgeroepen naar Israël te gaan. "Het was de tijd van de islamitische revolutie en het was er niet meer veilig voor ons. Israël haalde alle Joden thuis."

De oom bij wie David in huis was, wilde echter voor alles voorkomen dat David, eenmaal in Israël, in het leger zou moeten. "Een familielid van mijn oom en tante was namelijk gesneuveld en ze wilden absoluut niet dat mij hetzelfde zou overkomen. Dus zorgde mijn oom ervoor dat ik in de Verenigde Staten kon gaan studeren."

Op school kwam David voor het eerst met het Evangelie in aanraking. "Dat gaat in de VS eigenlijk vanzelf. Vrienden van me daar gaven me op een gegeven moment een Bijbel, met een Nieuw Testament. Ik weifelde even, maar nam het toch aan. Het waren zulke aardige mensen. Maar ik dacht: Straks, thuis, gooi ik dat boek gewoon weg. Klaar."

Eenmaal thuis wilde David het boek in de vuilnisemmer deponeren, maar ineens realiseerde hij zich dat de Engelse Bijbel niet alleen het Nieuwe Testament, maar ook het Oude Testament bevatte. "En dat werd een probleem, want een Jood zal nooit de Bijbel weggooien. Niet alleen het Woord van God is heilig, ook het boek."

In plaats van het boek in de prullenbak te gooien, begon David erin te lezen. "In het Evangelie van Johannes, daar ben ik begonnen. En ik weet niet hoe dat kwam, ik kan het niet verklaren, maar ik werd erdoor gegrepen. Het was alsof God de stukjes van de puzzel van mijn leven een voor een op hun plaats begon te leggen."

Slechts enkele maanden later liet de Jood David Zadok -zijn naam betekent "de rechtvaardige"- zich dopen en werd hij christen. "Ik deed dat toen met volle overtuiging, maar de consequenties van die stap overzag ik absoluut niet. Ik was er echter open over.

Ik stuurde een brief naar m'n ouders en naar de oom en tante bij wie ik in huis was geweest en die ervoor hadden gezorgd dat ik in Amerika kon studeren. En daarin schreef ik ook over het feit dat ik christen was geworden.

Ik rekende op een reactie, maar toen ik niets hoorde, dacht ik dat ze de brief misschien niet hadden ontvangen. De brief was echter wel aangekomen, bleek uit een antwoord dat ik later kreeg. Maar ook daarin geen woord over het christendom. Helemaal niets. Later begreep ik hoe hard de klap bij mijn familie was aangekomen. M'n oom zei later: "We hadden je liever als gevangene of als drugsverslaafde gezien dan als christen." De relatie met de familie is ook daarna gespannen gebleven."

Wonder

Ondanks alles besloot zijn oom dat David in de VS kon blijven studeren. "Ik hoefde niet terug naar Israël, en later heb ik ook dat als een wonder van God gezien. Ik was jong, was nog maar net christen en kreeg nu de mogelijkheid meer van het christendom te leren. God kon me vormen."

Als Israëlisch staatsburger kreeg hij drie jaar uitstel van militaire dienst, maar toen hij 22 was en zijn studie had afgerond, kon de terugkeer naar Israël niet uitblijven. "Ik moest direct het leger in en daar heb ik zes jaar dienstgedaan."

Osher - aflevering 2

osher2.jpgLiefde vraagt offers. Sinds een paar weken woont Shova bij de Israëlische familie Ohayon om het gezin te ondersteunen. Shova komt uit Nepal, zij liet haar eigen kind bij haar ouders achter. Waarom? Shova kan er moeilijk over praten. Dan komen de tranen. Een paar woorden: „Om te kunnen leven, om wat geld te verdienen."

Hoe lang ze van huis zal zijn? Een hand over haar gezicht. „Maanden, nee, jaren." Ze richt zich op de gehandicapte Osher Ohayon, speelt met hem als met haar eigen kind. Broertje Tohar lacht, springt op de tafel. Liefde vraagt offers. Dankzij Shova kan moeder Ifat Ohayon zich aan haar kinderen geven.

Osher - aflevering 3

osher3.jpgOsher Ohayon is sinds zijn geboorte gehandicapt. Dag en nacht heeft hij zorg nodig. Hij slaapt naast zijn ouders in een speciaal bed met een monitorsysteem. Dat wekt zijn ouders als hij het benauwd krijgt.
Hij slaapt maximaal drie uur per nacht, tenminste, als hij valium krijgt. Als hij 's nachts wakker wordt, moet hij uit bed worden gehaald. Dragen, knuffelen, voorkomen dat hij gaat huilen, want dat kan fataal zijn. Osher kan niet eten zoals zijn tweelingbroertje, hij loopt niet, hij praat niet en hij zal dat ook nooit doen. Maar hij leeft en zijn ogen volgen alles wat er om hem heen gebeurt.

 

Osher - aflevering 4

osher1.jpgTwee kinderen verwachtte de Joodse Ifat, nu drie jaar geleden. Met haar man leefde ze toe naar de geboorte. Maar vlak voor de bevalling ging het mis. Het hart van een van de kinderen haperde. Met een keizersnee werden de kinderen geboren, twee jongens. De eerste noemden ze Tohar, dat zuiverheid betekent. Het tweede kind zag bij de geboorte blauw. Het werd meteen weggehaald, onderzocht, behandeld - na drie weken werd begonnen met nierdialyse en inmiddels heeft hij elf operaties ondergaan. De artsen gaven hem nog geen halfjaar. Maar hij is nu drie jaar en hij leeft. Zijn naam is Osher. Dat betekent: geluk.

Osher - aflevering 5

osher5.jpgEén keer is het onderweg gebeurd. Moeder Ifat zat achter het stuur. Zij moest haar aandacht verdelen tussen het chaotische Israëlische verkeer en het zieke kind op de stoel naast haar, een onmogelijke exercitie.
Ze zag of hoorde dat Osher zich verslikte. Dat hij hoestte. Zijn door vocht gezwollen lijfjeschokte, werd blauw, hij stopte met ademen. Ifat trapte op de rem en sprong uit de auto, doof voor het woedende concert van autoclaxons rondom haar. Ze stond op de weg, haar stervende kind in de armen - schreeuwend tot er een ambulance kwam. In het ziekenhuis kreeg zij hem terug, haar zoon met die wonderlijke naam: Osher, geluk.

Osher - aflevering 6

osher1.jpgEen kind dat steeds opnieuw naar het ziekenhuis moet. Wat betekent dat voor een moeder? Keer op keer haar kind weggeven. Loslaten. Vertrouwen leren, als vaardige handen zich over dat leven buigen.
Ifat Ohayon weet wat dat betekent. Als een terriër vecht ze voor haar kind. Ze gaat tot het uiterste. Tegen de artsen heeft ze gezegd: „Ik wil dat jullie een nier uit mijn lichaam snijden om hem te helpen!" Maar de artsen willen niet dat zij haar leven riskeert voor een kind dat toch geen kans heeft.Wat kan een moeder dan nog doen? Afscheid nemen. Gekkigheid maken om haar kind gerust te stellen. Hem knuffelen totdat de vaardige handen hem overnemen.

Osher - aflevering 7

osher7.jpgWat zien die ogen? Een patiënt? Een kind? Ogen die gehuild hebben, zien andere dingen. „Cicero zei: Het gelaat weerspiegelt de ziel, de ogen verraden hem."

Het oog van de camera ving haar, de vrouw. Iedereen ziet nu dat zij de moeder is, haar ogen verraden haar. Ze vertellen dat het haar kind is dat daar ligt, een deel van haar zelf. Haar ogen, haar mond, deze moeder heeft al duizend keer afscheid genomen. Lees haar gelaat. Ken haar naam: Ifat. Weet: ogen die gehuild hebben, zien de dingen anders.

Osher - aflevering 8

osher8.jpgMag dit kind een nieuwe nier krijgen en leven? Volgens rabbijn Brodman van studiecentrum Savyon wel. „Onze religie gebiedt ons alles te doen om een leven te redden."

Hij verwijst naar Yoni Jesner. Deze Israëlische jongen had maar één passie: arts worden en levens redden. Yoni was bijna afgestudeerd toen hij stierf bij een zelfmoordactie in Tel Aviv. In een poging de cirkel van haat te doorbreken hebben zijn ouders besloten de nier van hun zoon af te staan aan een Palestijns meisje.

Jaren later ontmoetten de moeders elkaar. Toen kuste Yoni's moeder het Palestijnse kind dat leefde door de dood van haar zoon.

Osher - aflevering 9

osher9.jpgDit is de laatste aflevering over Osher. De eerste keer dat ik hem zag, lag hij aan de dialyse. De vrouw naast hem zei: „Hij heeft Osher, ik ben Ifat, zijn moeder."

Daarna heb ik haar gadegeslagen. Altijd in de weer voor haar zieke kind. In de auto, thuis, in het ziekenhuis. Ifat, de moeder van Osher. Ik luisterde, praatte, fotografeerde en ik las een oud verhaal.

Toen rabbi Sussja oud geworden was, sprak hij tot zijn leerlingen: „In de komende wereld zal men mij niet vragen: Waarom ben je Mozes niet geweest? Ze zullen mij vragen: Waarom ben je Sussja niet geweest?" Op de laatste foto in deze serie staan niet de handen van een heilige. Het zijn de handen van Ifat, die de moeder van Osher is geworden.