Donaties

Iedereen kan het werk van de Stichting Draagt Elkanders Lasten steunen.

Stort uw giften op:
giro: 29.70.700 

of op:
bankrekeningnummer
65.32.60.008 (ING Bank)

ten name van

Draagt Elkanders Lasten te Apeldoorn.

Erdee Media Groep

Zoeken

Kerk Cuba weet zich sterk in de Heere

"Uitbreiden van de drukkerij zal Cuba veranderen", zegt de gereformeerde ds. Mateo. "Zoals in Europa gebeurde, toen uther de bijbel vertaalde." De synodescriba heeft het ondertussen niet breed. "Soms eet ik slechts één keer op een dag. Maar wij kunnen overleven. De kerk doet veel sociaal werk. En er gebeuren dagelijks wonderlijke dingen. De Heere is getrouw. De Cubaanse kerk voelt zich sterk in de Heere." "Het is moeilijk predikant te zijn op Cuba", vertelt ds. Benedicto. Hij zegt dat er zo weinig theologische boeken zijn en commentaren op de Bijbel. Zijn stem raakt aan het fluisteren. "Bij jeugdgroepen valt angst vaak te proeven." Wat denkt hij van de overheid? Nauwelijks verstaanbaar klinkt het woord "mad", gek. Meer niet. "Daarover praat ik niet." Die twee voorbeelden zeggen iets over de relatie kerk en overheid op Cuba.

Conflicten

Fidel Castro zei in 1961 dat de VS hem dwong het marxistisch-leninisme te gaan 'belijden". Het gevolg was dat er in de jaren zestig steeds vaker conflicten ontstonden tussen leiders van protestantse kerken en de staat. De Cubaanse autoriteiten arresteerden predikanten vanwege tegen het bewind gerichte preken, al of niet vermeende spionage, of als illegaal beschouwd wisselen van geld op de zwarte markt. Enkele predikanten moesten naar werkkampen.

Castro schafte het Kerstfeest als nationale feestdag af. Het regiem verbood ook de bouw van nieuwe kerken. Het verstoorde kerkdiensten. Handlangers vernielden kerkelijke eigendommen. De staat pakte de macht over de media. Zo verloren de kerken hun spreekbuis. Ook rustte er een verbod op het starten van een nieuwe kerkelijke denominatie. Tussen 1961 en 1965 nationaliseerde de overheid talloze kerkelijke scholen.

De overheid ziet er op toe dat kerken zo min mogelijk groeien. Zij verleent in principe geen bouw­vergunningen voor nieuwbouw of uitbreiding van kerkgebouwen. Dit leidde in de jaren '70 tot het stichten van huiskerken. Ook dat probeerde Fidel Castro te beperken. Maar hij wilde niet alles –hoewel het oprichten van die huiskerken illegaal was– de kop in drukken. Hij realiseerde zich dat dit zich tegen hem zou keren.

Versoepeling

In 1988 was er immers sprake van enige versoepeling. Iedere Cubaan mag sindsdien formeel de godsdienst aanhangen die hij wil. Een nieuwe wet zei dat bestaande kerkgebouwen weer in gebruik genomen mochten worden. Uitbreiden bleef onmogelijk. Het interkerkelijk, door de staat gecontroleerd overleg van de Raad van Kerken – de Consejo de Iglesias de Cuba (CIC), opgericht in 1941 – werd nieuw leven ingeblazen.

Castro had een alliantie tussen christenen en communisten voor ogen. Dat was mee ingegeven door de economische crisis in Cuba. Derhalve accepteerde het regiem dat kerken via uit Cuba afkomstige, humanitaire hulp in de ergste nood konden voorzien. In 1985 ontmoette Fidel rooms-katholieke en protestantse leiders om de situatie op het eiland te bespreken. De Cubaanse staatsmedia begonnen positieve aandacht te besteden aan godsdienst en kerken.

Vanaf 1991 konden ook christenen toetreden als lid tot de Communistische partij. Niet lang daarna wijzigde de regering het constitutionele karakter van Cuba van 'atheïstisch' naar 'seculier.' De Raad van Kerken kreeg in 1987 mandaat om –als kerken bereid waren het communistisch manifest te ondertekenen en zo hun loyaliteit te tonen– deze kerken aan te wijzen als "door de regering erkend". Zo was dat vroeger ook in Rusland.

De kerken reageerden divers. Sommige kerken ondertekenden het manifest niet. Anderen wel. Niet omdat ze zo communistisch gezind waren. Maar om de mogelijkheid te hebben rechtshandelingen te plegen. Mogelijk ook vanuit het perspectief dat gereformeerden nu eenmaal anders tegen de overheid aankijken –denk aan artikel 36 NBG– dan baptisten en kerken uit de doperse traditie.

Kerken die vanuit hun principe weigeren te ondertekenen, kunnen ondertussen zelfs gastlid zijn van de Raad van Kerken. Dat is dus een soort tussenstatus. Ze zijn niet illegaal. Niet geregistreerd dus, maar toch enigermate erkend. Een vrij grote kerk als de Iglesia de Dios, pentecostals, willen noch ondertekenen, noch meepraten. Daarmee zijn ze in feite illegaal. Ze hebben ook geen kerkgebouwen. Slechts huiskerken: Casas culto.

Castro benoemde een staatssecretaris voor godsdienstzaken. Hij benadrukte dat hij niet zou tegenhouden wat "uit het volk" kwam. In 1998 mocht de paus zelfs Cuba bezoeken. In 2009 gaf de regering groen licht voor renovatie van vier rooms-katholieke kerkgebouwen in Havana. Natuurlijk kan daarbij sprake zijn van een verborgen agenda: het stimuleren van toerisme. In elk geval deelden de protestanten enigermate in de versoepeling.

Reguleren

De overheid begon kerkelijke activiteiten wel strikter te reguleren. Vooral die van de huiskerken. In 1995 gaf het regiem opdracht tot het sluiten van een aantal van die kerken. De reden? Al of niet verzonnen geluidsoverlast, conflict over eigendomsrechten op het huis, of overtreding van wettelijke bepalingen. De voorganger die weigerden de huiskerk te sluiten ontkwam niet aan arrestatie. In 2005 beperkte de overheid via decreten de vrijheid nog verder.

Zo mag binnen een straal van twee kilometer niet meer dan één kerk van dezelfde denominatie actief zijn. Die maatregel keert zich natuurlijk met name tegen huiskerken. Zij dienen zich te laten registreren bij het Ministerie van Justitie en moeten informatie geven over de huiseigenaar en de predikant. Meer dan drie bijeenkomsten per week is niet toegestaan. Buitenlanders mogen huiskerken op het platteland niet bezoeken.

Vreemdelingen hebben trouwens ook speciale toestemming nodig om huiskerken in de steden te bezoeken. En het schenden van deze regel kan het sluiten van de huiskerk tot gevolg hebben. Plus een boete van duizend US dollar voor de kerk én de buitenlandse bezoeker. Dus nog altijd maakt de overheid het kerken moeilijk. Protestantse kerken hebben overal toestemming of vergunning voor nodig van het Departement van Religieuze Zaken.

Kerken die geen lid zijn van de Raad van Kerken ondervinden tegenwerking van de overheid. Want Bijbels vallen alleen legaal te importeren via deze Raad. En verder: Bij renovatie en bouw van kerkgebouwen geeft de staat aan in welke dollarwinkel de bouwmaterialen gekocht moeten worden. Daar zijn de producten lang niet altijd verkrijgbaar. Bovendien kan het beschikbare alleen gekocht worden met buitenlandse valuta.

Diverse kerken kiezen voor 'n verbouwing van kleinere omvang zonder officiële vergunning. Bouwmaterialen zijn ook op de zwarte markt te koop. Vergunning is nodig voor de aanschaf van geluidsapparatuur. De Communistische Partij moet permissie geven voor de aanvraag van een telefoonverbinding voor de kerk. Zij kan zo'n vraag erg lang blokkeren. Verder is het krijgen van uitreisvisa voor kerkelijke functionarissen moeilijk, zo niet onmogelijk.

Op basis van de wetgeving van 2005, sloot de overheid minstens twee huiskerken, in Guantánamo en Holguín en werd een huiskerk in Havana afgebroken. En mogelijk nog meer. Er zitten geen mensen gevangen in Cuba om het geloof. Maar er zitten wel gelovigen gevangen. Doorgaans dus wegens een vergrijp tegen de wet. Cuba staat op de ranglijst van christenvervolging van Open Doors op nr. 33. Dus er zijn nog altijd forse problemen.

Dwang

Ds. José vertelt hoe zijn vader en nog een stuk of zes andere predikanten zich gedwongen zagen zich van een bestaande kerkgemeenschap af te scheiden, omdat zij de waarheid en waarde van de gereformeerde theologie begonnen in te zien. Nu wil de regering dat zij zich gaan verenigen met een groter, bijkans pinksterachtig kerkverband. Vader gaf les op een cursus met zo'n 150 studenten. De overheid sloot zijn kerk en sloot het seminarie. Punt!

En de rest van het kerkverbandje? "De overheid verwoestte drie kerkjes", vertelt ds. José. "Zij onteigende nog acht andere kerkjes. Nu bouwen wij weer op een terrein, waar vroeger een kerk heeft gestaan. Dus dat is de originele bestemming van de grond. Het terrein is van een grootmoeder, wiens man ook predikant was. Maar de regering wil ook dat eigenlijk niet toestaan. Ondertussen loopt die kwestie al vier jaar voor de rechter."

Het verste lid van de gemeente van ds. Pablo woont 42 kilometer van de pastorie. "Ik bid dat ik een lift krijg. Soms ga ik lopen. Of met openbaar vervoer." Als ik hem spreek over een bromfiets, komt er iets van blijdschap op z'n gezicht. "Dat zou een zegen zijn." Zijn traktement is laag. "Het is moeilijk om ervan te leven. Maar God wil niet dat ik naar de VS of Europa ga. Hier is mijn plaats. God werkt in Cuba. Wie geroepen is, krijgt hulp van God."

Castro had Cuba rijk kunnen maken

Cuba oogt niet rijk. In een badkamer buigt een bijkans verroeste, ijzeren buis op twee meter hoogte horizontaal. Er zit –na en halve meter– geen douchekop aan. Alleen een kraantje. En er staat nauwelijks druk op het water. De geschetste situatie biedt slechts de droom van een douche. Zolang communisme regeert, blijft luxe een illusie. Toch gaat de Cubaanse predikant die het huis bewoont akkoord met deze pastorie. "Ik heb genoeg aan het Evangelie." Een ander aspect: Een christen heeft het op Cuba niet gemakkelijk. Telkens ontbood de politie ds. Donato: "Jij moet stoppen met preken!" Toen hij vaak moest komen, trokken vijftig leden van z'n gemeente mee. Zingend: "Wij zijn Donato. Jullie moeten met ons praten." De politie liet hen gaan. De predikant kreeg –omgerekend– 500 US dollar boete. Dat is veel. Het traktement van een dominee bedraagt nauwelijks 20 dollar per maand. Een hongerloon.

De twee genoemde voorbeelden maken duidelijk dat het communisme geen welvaren of vrijheid bracht. En het land worstelt als het ware met z'n eigen geschiedenis. Vanaf 2008 staat een wet mensen weer enig privé-bezit toe. Boeren mogen warempel grond kopen en dat aanwenden voor eigen productie. Dat privilege is niet weggelegd voor elke Cubaan. Maar de actuele RD-actie biedt christenen –en anderen– hulp om als burgers beter te functioneren.

Welvarend

Cuba kon een rijk land zijn. Maar de Cubaanse overheid verbergt bij voorbeeld het wanbeleid ten aanzien van landbouw. Bomen hangen soms vol rotte sinaasappels. Ze worden niet op tijd geoogst. Er is iets mis met de organisatie. Het straatbeeld wordt vooral bepaald door oude, tientallen jaren geleden uit de VS geïmporteerde auto's. Of door oude autobussen. Ook uit Nederland. Op het venster aan de voorkant zie ik ineens: Arnhem station.

Castro had Cuba tot een welvarend kunnen maken. Het land heeft potentie. Het omgekeerde gebeurde. Een voorbeeld. De peso geldt als betaalmiddel. Afgeleid van de Spaanse munt. Peso is de moneda nacional, de nationale munt. Toen de VS vanaf 1898 met zendingswerk in Cuba zat, kwam de dollar het land binnen. Dat werd de tweede munt. Vanaf het begin van de vorige eeuw was het eigenlijk de US dollar waar de Cubaanse economie op dreef.

Het handelsverkeer werkte met dollars. Maar natuurlijk was dat na de revolutie een doorn in het oog van Fidel Castro. Hij voerde aan het eind van de jaren '80 de Cubaanse dollar in. Dus naast de moneda nacional, de Cubaanse peso (CUP) kwam er ook een Cubaanse dollar, de Cubaanse peso convertible (CUC). Voor buitenlanders. Fidel gaf hem dezelfde waarde als de US dollar heeft. Die Cubaanse dollar valt echter nergens in het buitenland in te wisselen.

Het gebruik van de US dollar werd op datzelfde ogenblik –dus van de ene op de andere dag– afgeschaft. Het bleek niet meer mogelijk handel te drijven met US dollars. Die plotselinge, eigenlijk catastrofale actie van Castro vormde een soort represaille tegen de Amerikaanse blokkade van Cuba. De CUP is ondertussen sterk gedevalueerd. Er gaan circa 24 CUP in 1 CUC. Dus er is eigenlijk sprake van een soort schijneconomie.

Er is trouwens ook sprake van speciale CUC-winkels. Daar kan feitelijk alleen de elite, dus partijbonzen, kopen. En kiezen uit een groter assortiment van betere kwaliteit. De gewone winkeltjes hebben slechts minimale voorraden van minder allooi. Een gewone werknemer met een 'goed' loon verdient zo'n 500 CUP. Maar dat is dus in de praktijk niet meer dan 20 CUC, dus 20 US dollar. Zij zijn veroordeeld tot de simpele shop.

Dagelijks leven

Jan Modaal heeft op Cuba problemen. Het land heeft feitelijk gebrek aan fatsoenlijke huizen. Vaak is sprake van inwoning. Dat leidt niet zelden tot conflicten. De behoefte zichzelf als man te manifesteren, verdraagt zich vaak niet met de aanwezigheid van een (schoon)vader. Er is op Cuba trouwens ook dikwijls sprake van echtscheiding. Naar schatting de helft van de huwelijken loopt stuk.

Er is –zoals in de Tweede Wereldoorlog ook in Nederland– sprake van een bonnenboekje, een libreta. Dat boekje bepaald hoeveel broodjes er zijn gereserveerd voor de bezitter ervan. De libreta biedt maximaal bonnen voor een huishouden met twee kinderen. In rooms-katholieke en protestantse gezinnen blijft het daar doorgaans niet bij. Zulke mensen moeten dan maar zien hoe ze aan eten komen.

Een van de gevolgen van de libreta's is dat mensen het aantal kinderen proberen te beperken. Dat leidt tot een groot aantal abortussen. Op een medisch zogenaamd verantwoorde wijze. En vanwege het gebrek aan geld of eten is er in het verborgen nog altijd sprake van prostitutie. Hoewel het inmiddels is verboden. Een toerist hoeft maar te kikken en voor een betrekkelijk laag bedrag kan hij kiezen.

Armoe doet veel mensen de toevlucht nemen tot alcohol. Dat doet de ellende immers een poosje vergeten. De suikerindustrie biedt mogelijkheid om relatief voordelig rum te produceren. Circa 70 procent van de Cubaanse mannen zou verslaafd zijn aan alcohol. Maar die 'ziekte' gaat ook vrouwen niet voorbij. Vaak ligt er op alcohol en roken in de kerken wel een taboe.

Combinatie

Cuba vertoont dus een aangrijpende combinatie van armoede, geweld en communistische overheersing. Communisme is atheïstisch. Het verdraagt zich niet met christelijk geloof en de belijdenis van een almachtige God en Jezus Christus als Zaligmaker. Het is dus op z'n minst de moeite waard kerken die Gods Woord serieus nemen in zo'n land te ondersteunen.

Maar het zou een misvatting zijn zorg voor armen te beschouwen als item dat niets met geloof te maken heeft. Handelingen 6 vertelt hoe de christelijke gemeente zeven diakenen verkoos. Niet de Evangelieprediking, maar armenzorg was hun eerste opdracht. Diaconaal werk is gerelateerd aan het priesterlijk werk van de Christus.

Nog altijd heeft de nieuwtestamentische gemeente de opdracht goed te doen aan armen. "Wanneer gij een maaltijd zult houden, zo nood armen, verminkten, kreupelen, blinden..." (Lukas 14:13). Mensen uit West-Europa, RD-lezers, eten –globaal gesproken– goed. Maar de vraag is of mensen die –nog altijd, ondanks de economische crisis– relatief welvarend leven, anderen, armen en blinden, wil laten delen in hun overvloed.

Anders

Het contrast tussen toerisme en armoede is op Cuba groot. Geen land accepteert de CUC als betaalmiddel. Maar toeristen betalen met tegen US dollar gewisselde CUC. En er valt iets te vertellen over liberalisering. Over de niet bepaald communistische mogelijkheid tot het exploiteren van eenmansbedrijfjes. Zoals kappers. En taxibestuurders.

Sommige oude koloniale gebouwen in de grote steden raken gerenoveerd. Vanuit m'n kamer in het hotel kan ik de hele wereld per telefoon bereiken. Dat kon vroeger in Oost-Europa niet. Hier is het helemaal geen probleem om de huurauto vlak voor de kerk te parkeren. Ook dat was voorheen in Oost-Europa onmogelijk en onwijs. De situatie is anders. Wel pluist de geheime dienst het emailverkeer helemaal na.

Ondertussen valt telkens weer op –in tegenstelling tot talloze landen in de Derde wereld– dat alles zilverschoon is op Cuba. Zou ik mijn notebook en camera op de grond durven leggen? Ja zeker. Want alles is schoon. Ook de straattegels die de vloer van de studeerkamer vormen. Maar met de mensenrechten is het nog altijd niet best gesteld. En alleen kerken die officieel geregistreerd zijn, hebben enig –niet meer dan dat– recht van bestaan.

Lijdzaam

En ondertussen leert uitbreiding van de drukkerij Cubanen zich eigen te maken met het christelijk gedachtegoed. Een paard of een bromfiets betekent goede hulp voor een predikant die dertig, veertig kilometer moet lopen om gemeenteleden te bezoeken. En het inrichten van nieuwe gaarkeukens helpt kerken zich beter te profileren in de samenleving. Dat alles vormt onderdeel van het RD-project.

Ik bezoek tegen de middag een gaarkeuken ergens in het land. Vier vrouwen en een man dragen zorgen voor het reilen en zeilen ervan. Zij treffen voorbereiding voor het straks koken van eten. "Wie van jullie beschikte vanochtend thuis over ontbijt?" Eén van de vrouwen had wat brood, melk en suiker. Een andere vrouw was in staat om koffie te drinken. De anderen keken naar de grond. En zij zwegen. Als christenen. Lijdzaam.

Cuba: tussen communisme en Columbus

FIdel Castro zaaide halverwege de vorige eeuw geweld. Hij oogst vrees, maar geen initiatief. Er is niet zonder meer sprake van vervolging. Wel van angst. Een huis in een armere straat heeft doorgaans geen glazen ruiten, maar een houten zonwering, in de vorm van half gesloten luxaflex. Wie vraagt naar het Cubaanse bewind, naar acties van de politie, ziet ineens een vinger voor de mond. "Sssttt. Daar praten wij niet over. Ramen hebben oren."

Angelina weigert te spreken over politiek. Maar als iemand tegen haar zegt: "Ik ben een vriend van allen die niet zonder Jezus Christus kunnen leven", beginnen haar ogen te glimmen. Ze heeft al bijna dertig jaar suikerziekte. "Ondanks alle armoede heeft de Heere mij op de been gehouden". En vader –hij loopt wat mee in het spoor van z'n dochter– voegt toe: "Soms is er geen licht of water. Maar, nou ja, wij hebben geleerd met het systeem te leven."

Ds. Joaquim heeft een armelijke studeerkamer en een haveloos kaal bureau. De computer is ongetwijfeld een geschenk uit het buitenland. Hij heeft een –voor Cubaanse begrippen– wel voorziene bibliotheek. Mogelijk een meter of vijf. Maar de Institutie van Calvijn valt niet te vinden. En dat voor iemand die doceert op een theologisch seminarie. Is het niet ongelooflijk? Hij heeft er –als hij al een kanaal zou hebben om dat boek te kopen– het geld niet voor.

Maar het is verbijsterend hoe de gemeente van de predikant zich inzet. Zij telt circa vijftig volwassen gedoopte leden. Op zondag komen er ongeveer 75 kerkgangers. En dat clubje onderhoudt ook elders nog een evangelisatiepost. Dit missionaire karakter van de bijbelgetrouwe kerken op Cuba blijkt telkens ongelooflijk groot. Juist daardoor is ook de behoefte aan goede lectuur groot. Zo komt uitbreiding van de drukcapaciteit ter sprake.

Indianen

De westerse wereld keerde zich, terecht, fel –en bevreesd– tegen communisme. Atheïsme en geweld zijn immers uit den boze. Toch leert de historie dat Castro in de jaren vijftig niet zonder reden naar wapens greep. Lang vóór de actie van Fidel was er al sprake van brute agressie. Koloniserende Europeanen gaan niet vrijuit. Zij zorgden voor de dood van talloze Indianen. De oorsprong van de revolutie op Cuba valt te vinden in een ver verleden.

De in Genua geboren Columbus ontdekte Cuba in 1492 op zijn eerste reis westwaarts. Daar woonden Taíno-, Ciboney- en Guanahatabey-Indianen. De Taíno's verbouwden onder andere tabak! Zij moeten relatief beschaafd, vriendelijk en gastvrij zijn geweest. De Spanjaard Velásquez dat in 1511, toen hij het land veroverde, goud te vinden. Dat viel vies tegen. De kolonisator zocht voortaan naar 'buit' in 'groen goud': alle soorten van landbouw.

Maar de Spanjolen waren wreed. Bovendien vestigde de Inquisitie zich op Cuba. Spanje hielp de originele cultuur om zeep. Toen de eerste blanken voet aan wal zetten leefden er naar schatting op Cuba tussen de 100.000 en 200.000 Taíno's. Maar een eeuw na de komst van de blanken bleken de Taíno's als apart volk zo goed als uitgeroeid. Daarna importeerde Spanje slaven uit Afrika. In 1841 vormde die categorie circa 43 procent van de bevolking.

Na de afschaffing van de slavernij in 1886 immigreerden 125.000 Chinese contractarbeiders. Van lieverlee transformeerde de bevolking van Cuba tot een mix van rassen en culturen. Wetenschappers beweren dat zo'n 61 procent van de bevolking Taíno-voorouders heeft. In 1868 werkten blanke Spanjaarden en negers samen in de eerste vrijheidsstrijd tegen Spanje. Als reactie op het geweld. Het Europese land wist in 1878 te winnen. Maar het verzet bleef.

Vrijheidsstrijd

Onder leiding van José Martí (1853–1895) begonnen Cubanen een nieuwe oorlog (1895–1898). Spanje verloor. De VS had geholpen en tekende het vredesverdrag. Zo kwam Cuba onder Amerikaans gezag. In 1902 verkreeg de republiek nominale onafhankelijkheid. Maar Amerika zou gedurende 100 jaar enkele marinesteunpunten mogen behouden. Daaronder was de baai van Guantánamo. Na 2002 'huisvestte' dat gebied al-Qaida- en Taliban-gevangenen.

Tot 1959 was Cuba politiek en economisch sterk van de VS afhankelijk. En in die roerige periode was de president doorgaans een stroman van Washington. Zo domineerde Fulgencio Batista in diverse functies –al of niet vergezeld van staatsgrepen– de Cubaanse politiek van 1934 tot 1959. Hij bouwde een dictatoriaal regime op. De oppositie groeide. Een van de opposanten heette Fidel Castro. Een andere was de guerrillastrijder Che Guevara.

Bij een eerste gewapend conflict kwamen in 1953 tachtig van mannen om het leven. Fidel zelf raakte gevangen. In 1955 kwam hij vrij. Hij verkeerde in ballingschap in Mexico en de Verenigde Staten. In 1956 keerde een groep terug naar Cuba. Er overleefden bij een eerste gevecht slechts twaalf van de 81 mannen. Daaronder Fidel, het huidige staatshoofd Raul Castro en Che Guevara. Zij begonnen –met steun van de bevolking– een guerrillaoorlog.

Varkensbaai

Batista moest in 1958 het veld ruimen. Hij vluchtte. Fidel werd in 1959 premier. Zijn medestrijder, de Argentijn Che Guevara, meende dat slechts gewelddadige revolutie de bestaande armoede onder de bevolking kon oplossen. Hij was een poosje minister op Cuba. Maar dat lukte niet. Desondanks maakt Cuba –globaal gesproken– nog altijd een militaristische indruk. In musea en bij gedenktekens hebben wapens een prominente positie.

Aanvankelijk leek puur patriottisme Fidel en de zijnen de drijven. Nog toen hij als premier was aangetreden, zei hij publiek: "Ik ben het niet eens met het communisme. Wij zijn een democratie. Wij zijn tegen alle soorten van dictators. Daarom verzetten wij ons tegen communisme." De al bestaande Communistische Partij koesterde ook geen sympathie met de guerrillastrijd van Fidel en Che. Maar toen kwam het conflict bij de Varkensbaai.

Uit Cuba naar de VS gevluchte Cubanen probeerden via een aanval bij de Bahia de Cochinos, de Varkensbaai, het land binnen te komen. Zij wilden Fidel verdrijven. De VS gaf toestemming. Maar het land bood nauwelijks hulp. En er leek sprake van verraad, omdat de slecht bewapende troepen van Castro klaar lagen om de invasie te keren. In het museum te Playa Giron staan nog wat primitieve tanks en vliegtuigjes waarmee hij vocht.

Wie anno 2010 door dat moerassige gebied rijdt, vindt heel wat graven. Eenvoudig langs de weg. Hier liggen Cubanen van Castro die bij de strijd om het leven kwamen. Ze gelden zo'n beetje als "helden des vaderlands". En Fidel vertelde later dat de strijd bij de Varkensbaai hem tot het communisme bracht. Hij zei eenvoudig dat de VS hem in die positie dwong. Dus op 1 mei 1961 gingen Fidel en Cuba over naar het marxisme-leninisme.

Voortaan was nog slechts één politieke partij toegestaan op Cuba. Castro nationaliseerde naar schatting een miljard dollar aan Amerikaanse bezittingen. Dus dat leidde tot wrijving. Maar het internationale politieke 'spel' –de houding van de VS ten opzicht van Fidel en Cuba– hebben stellig een rol gespeeld in het feit dat Cuba zich bewoog in de richting van de Sowjet-Unie en het communisme. Er gebeurden goede en verkeerde dingen.

Gratis

Toen Castro aantrad, stelde hij gratis gezondheidszorg in. De kwaliteit daarvan was goed. Hij stuurde ook beter opgeleiden twee aan twee de bush in om een alfabetiseringsproject op touw te zetten. In de jaren '90 liep de kwaliteit van de medische hulp sterk terug. Dat kwam wegens de schaarste aan goede geneesmiddelen. Rusland trok zich terug en dat had gevolg voor de Cubaanse economie. Dan was er bij voorbeeld ineens geen zeep meer voor 'n bejaardenhuis.

Het is natuurlijk erg mooi om te vertellen dat gezondheidszorg voortaan gratis is. Maar als er dan geen medicijnen of injectienaalden zijn –of geen schoonmaakmiddelen– dan zijn die toegezegde verbeteringen niet erg geloofwaardig. Veel Cubanen hebben dat goed in de gaten. Ze weten dat het vege lijf moeten zien te redden.

Met buitenlandse toeristen ligt dat anders. Zij hebben voorrang. Want zij brengen de dollars en de euro's in huis. Toerisme is de meest belangrijke, dragende kracht voor de economie. Cuba heeft een klimaat dat voor menigeen aantrekkelijk is. En ondanks het spel met het geld is Cuba relatief niet duur voor toeristen. Aan de noordkust ligt het schiereiland Varadero, stampvol goed aangeklede hotels.

"Er moeten twee wonderen gebeuren..."

Geef christenen op Cuba krediet

"Er moeten twee wonderen gebeuren", zegt Timoteo aan het eind van het gesprek. "Er is toestemming nodig van de autoriteiten. En het geld moet gegeven worden." Hollanders staan met een paar andere Cubanen bij elkaar. Om te bidden of God die twee wonderen wil doen. Het eerste is inmiddels gebeurd. De overheid gaat akkoord met het plan tot uitbreiding van de drukkerij. Nu wacht de kerk op Cuba of RD-lezers bereid zijn er geld in te stoppen.

Cuba vormt een trekpleister voor talloze toeristen. De economie heeft dat nodig. De beste bijdragen aan Cuba's welzijn is echter het uitbreiden van de drukkerij en het inrichten van gaarkeukens. Predikanten die een paard of bromfiets krijgen, hoeven geen 40 km te lopen in het pastoraat. Veiligheidshalve blijven namen en plaatsen ditmaal buiten beschouwing.

Fidel Castro zette in de jaren '50 via zijn revolutie tegen de corrupte regeringsleider Batista Cuba op stelten. Castro begon direct daarna te werken aan het uitbannen van het analfabetisme. De nieuwe leider stuurde 'zijn' mensen naar de bush om leesonderwijs te geven. Met die daad baande de 'baas' feitelijk het pad voor het bezig zijn met de Bijbel.

Project

Het RD-project voor Cuba omvat diverse onderdelen. Erelio zegt dat "er een tsunami aan verkeerde lectuur binnenkomt". "Publicaties van Jehova's Getuigen, Latijns-Amerikaanse propaganda van de pinksterbeweging, drukwerk van de sekte "Groei in de genade" en dergelijke. Die sekte staat elke zonde toe, want "dan groei je in de genade". De leider zegt: "Ik ben een nieuwe verschijning van Jezus Christus"."

Gereformeerde predikanten zijn ook erg verontrust over de Toronto blessing. Timoteo kan ook zelf het lachen niet laten, als hij het zogenoemde "vallen en lachen in de Geest" ter sprake brengt. Erelio: "Wij willen geen arminiaanse litteratuur drukken, maar de bijbelse leer verbreiden. Vooral positief: Wij willen bijbelcursussen drukken en werk van de puriteinen."

Maar er is meer dan de drukkerij. Ook mondeling onderwijs is van belang. Training in de gereformeerde geloofsleer. Een belangrijk onderdeel van het project voorziet ook daarin.

Een ander aspect van het project betreft gaarkeukens. Het pensioen voor bejaarden bedraagt op Cuba te weinig om van te leven en te veel om te sterven. Dat klinkt grof. Het is de bittere realiteit. Kerken helpen oude mensen. Via gaarkeukens. Er moeten minimaal vijftien van die nieuwe keukens en ook nog een inloophuis komen. Een sponsor zorgt voor exploitatie.

Via de gaarkeuken krijgen behoeftige mensen een paar keer per week een pannetje bezorgd met warm eten van goede kwaliteit. Ze vragen naar de motivatie om te helpen. Zo ontstaat ruimte voor de boodschap van het Evangelie. Kerken zijn er niet op uit zijn op die manier nieuwe leden te werven. Wie lid wordt van de kerk, moet dat doen uit overtuiging.

Wasmachines vormen tevens een onderdeel van het project. Ook in dit opzicht verlenen kerken zorg voor bejaarden. Zelfs voor mensen die nog volop de socialistische ideologie aanhangen en geen lid zijn van de kerk. 'Wasvrouw' Esmeralda doet de was voor 17 gezinnen. Waarom? Het antwoord is simpel: "God vraagt van mij, dat ik mijn naaste liefheb."

Van openbaar vervoer is op Cuba nauwelijks sprake. Velen nemen de toevlucht tot de bak van een vrachtwagen. Die is 'geschikt' gemaakt voor transport van personen. Een westerling denkt aan een overvolle veewagen. Wegen zijn slecht. Ongelukken liggen voor de hand. Het project voorziet in paarden en bromfietsen voor predikanten.

Angst

Ga in gedachten met mij mee en bezoek een niet door de overheid geregistreerde en erkende kerk. Het is wijzer geen dorpen of steden te noemen. Ondanks het 'illegale' karakter komen zo'n 200 mensen bijeen in een stenen bouwwerk. Het gebouw heeft iets weg van een pakhuis. De dienst begint 's morgens en duurt een of anderhalf uur. Dan volgt er een half uur pauze. De gemeente en de jongeren lopen naar buiten, drinken iets. Daarna gaat de dienst verder.

Bij de vraag: "Is er sprake van spionage van het communistisch regiem", antwoordt de voorganger: "Absoluut. Er zit altijd wel een hoorder als spion van de partij in de kerk. Dat zou als gevolg kunnen hebben dat de overheid de 'illegale' kerk sluit. Indien er iets is gezegd dat het bewind niet welgevallig is. Dan gaat zo'n kerk dicht, "omdat de wet wordt overtreden"." Er verschijnt een misprijzend lachje op het gezicht van de prediker.

Misschien overkomt een andere bezoeker hetzelfde als mij. Ineens stopt in de pauze iemand een klein papiertje in m'n hand: "Prov. 21:23." Dat is het Spreukenboek. Wat staat er? "Die zijn mond en zijn tong bewaart, bewaart zijn ziel van benauwdheden." De boodschap is duidelijk. "Kijk uit, Nederlander, wat u zegt. Om niet in moeilijkheden te geraken." Dat bevestigt opnieuw hoe Cubanen in voortdurende angst leven. Toch gebeuren er wonderen.

RD-actie voor Cuba

APELDOORN – Het RD en zijn lezers gaan via de jaarlijkse actie 2010/2011 Cubaanse kerken en christenen helpen. Het is de bedoeling deze burgers een bijdrage van betekenis te bieden om beter te kunnen functioneren en anderen tot zegen te kunnen zijn in hun land.

Het gaat om geldelijke bijdragen voor een drukpers voor een kerkverband dat qua leer behoudend en calvinistisch is. Om training van theologen in de gereformeerde geloofsleer via seminars. Het RD-project voorziet in aanleg of verbouwing en inrichting van een aantal gaarkeukens en in het aankopen van wasmachines in relatie tot kerkelijke zorg voor bejaarden. Bovendien is het de bedoeling een inloophuis te bouwen. Kerken zijn vaak klein. En de afstanden groot. Predikanten beschikken niet over een auto. Openbaar vervoer is nauwelijks aanwezig. Het is de bedoeling bromfietsen en paarden te kopen voor een aantal predikanten. Zodat ze hun pastoraal en kerkelijk werk kunnen verrichten.

Het RD werkt in het project samen met de Nederlandse organisaties als de Spaanse Evangelische Zending, de Gereformeerde Zendingsbond en het Deputaatschap Hulpverlening in Bijzondere Noden van de Gereformeerde Gemeenten. Tevens met tal van Cubaanse partners en kerken. Het streefbedrag van de deze week onder de leus "Geef christenen op Cuba krediet" startende RD-actie 2010/2011 is 337.827 euro.