Donaties

Iedereen kan het werk van de Stichting Draagt Elkanders Lasten steunen.

Stort uw giften op:
giro: 29.70.700 

of op:
bankrekeningnummer
65.32.60.008 (ING Bank)

ten name van

Draagt Elkanders Lasten te Apeldoorn.

Erdee Media Groep

Zoeken

Colombia 2007

School voor sloppenwijken

Het thema van de actie 2007/2008 is "'n School voor sloppenwijken". Het is de bedoeling om een bestaande school in de Colombiaanse stad Cartagena die nog slechts enkele jaren –maar met groot succes– draait drastisch uit te breiden.
Als de mensen een betere kwaliteit van leven zoeken, moeten ze eerst leren lezen en schrijven. Het project is daarom een onderwijsproject. Het krijgt gestalte in samenwerking met de Nederlandse Stichting Woord en Daad en de protestantse partnerorganisatie Dios es amor in Colombia.

Overigens niet slechts met het oog op het leren lezen en schrijven. Het is ook nodig dat de mensen een beroep leren. Daarom zal de vakschool worden uitgebreid met een opleiding voor bakker en keukenassistent. Inclusief de machinerieën. Het streefbedrag is 300.000 euro. Maar er is altijd méér welkom.

Actie Colombia 2007: Aan onze abonnees

Denkt u dat de opbrengst maar een druppel is op een gloeiende plaat? Dat komt, omdat de nood in de wereld zo groot is. Maar ik verzeker u dat elke gegeven euro mensen blij maakt en nieuwe kansen geeft. Daarom durf ik u te vragen uw steun niet te staken. En opnieuw te geven.
Het project betreft de sloppenwijken in de stad Cartagena in Colombia. Geweld geeft de laatste veertig jaar de toon aan in dat Zuid-Amerikaanse land. Door tal van in het land opererende guerrillabewegingen slaan talloze mensen op de vlucht. De internally displaced persons (IDP's), binnenlandse vluchtelingen, leven vaak in erbarmelijke omstandigheden. In sloppenwijken.Het project krijgt gestalte via de Colombiaanse, protestantse organisatie Dios es amor (CDA). Dat is een partnerorganisatie van de Nederlandse Stichting Woord en Daad. Het RD heeft al eerder samengewerkt met CDA. Tot volle tevredenheid. De hulp wordt gerealiseerd via opvang van ontheemden, gezondheidszorg, 't scheppen van werkgelegenheid en inkomstengeneratie. Maar wij leggen in de actie de nadruk ligt op onderwijs.

Cartagena ligt aan de Caribische Zee. Daar is geen sprake van eb en vloed. Toch loopt het gebied van de sloppenwijken soms onder water. Dat maakt het leven nog moeilijker. Hoe kunnen zij op een betere manier leven? Hoe krijgen ze kans op werk? Dan moeten ze eerst leren lezen en schrijven. Het project van de vandaag startende najaarsactie is daarom een onderwijsproject.

Ik koester een heel belangrijk motief om juist voor dit project te kiezen. Als mensen leren lezen en schrijven kunnen zij in de Bijbel lezen, hoe het komt dat er zoveel verdriet in de wereld is. Door de zonde. En Wie alleen perspectief biedt. Ook in een schijnbaar uitzichtloze situatie. Ze kunnen bovendien proberen zich -afhankelijk van Gods zegen - 'omhoog' te werken in de maatschappij.

De school die vijf jaar geleden gestart is, blijkt te klein. Door de steeds toestromende nieuwe vluchtelingen. Het bestaande gebouw behoeft dringend uitbreiding. Met gewone lokalen en inrichting. Maar ook met een school voor beroepsonderwijs en de daarbij behorende machinerieën. Ik doe een beroep op u. Om te proberen samen als RD-lezers minstens 300.000 euro bij elkaar te krijgen.

Stort uw gift op gironummer 29.70.700 of op bankrekeningnummer 65.32.60.008 (ING Bank) van Draagt Elkanders Lasten te Apeldoorn (via deze stichting wikkelt het RD zijn acties af).

Ir. B. Visser
Algemeen directeur

Van huurmoordenaar tot kleermaker

colombia1.jpgRosemberg heeft nog maar één tand in zijn mond. De rest vloog eruit toen hij ooit met zijn commandant op de vuist ging.
Toen Torres 10 was, kwam hij in Medellin. De nu 38-jarige voelde zich prima thuis in deze gewelddadige stad. „Ik begon toen al gevaarlijke dingen te doen", vertelt hij.

Als 18-jarige meldde hij zich bij het leger van Colombia. „Ik wilde als beroepssoldaat het land een dienst bewijzen. Acht jaar zat ik bij de afdeling die tegen de guerrilla streed."

„Ik kreeg echter ruzie. Een commandant sloeg mij eens bijna alle tanden uit de mond. Later werd ik door een andere commandant beschoten. Toen besloot ik wraak te nemen. Ik ging me verhuren als moordenaar. Sicario heet dat hier."

Hoeveel heb je er gedood?
Torres lacht zijn ene tand bloot. „Zeker meer dan twintig. Altijd voor geld. Als ze dood waren, hakte ik ze meestal in stukken. Of ik bracht bommen aan op het lichaam, om later nog nieuwe slachtoffers te maken. Nooit heb ik trouwens vrouwen of kinderen gedood. Alleen mannen."

Hoe lang deed je dit?
„Tot mijn dertigste. Toen hoorde ik dat ik meer kon verdienen bij de paramilitairen (bendes die tegen de guerrilla vochten; zie onder, EvV), wat later overigens een leugen bleek. Een van de eerste opdrachten die ik kreeg, was het vermoorden van een politicus. Hij dreigde te belangrijk te worden in de regio. Om te laten zien dat ik zo'n klus aankon, moest ik het hoofd naar de commandant brengen. Maar dat lukte."

Wat deden jullie verder?
„Trainen, veel trainen. Zowel in het gebruik van wapens en explosieven als xxxhet verwerven van politiek inzicht."

Tegen wie vochten jullie?
„Tegen de guerrilla natuurlijk. Maar ook tegen bendes en criminelen."

Waarom verliet je de paramilitairen?
„Binnen de beweging was ik mijn leven niet meer zeker. Er was een interne oorlog, vooral over de betrokkenheid van onze beweging bij de cocaïnesmokkel. Soms vonden we onze eigen kameraden dood en verminkt terug. Ik werd bang. Zelf heb ik ook gedood en ik weet hoe makkelijk het is. In 2005 heb ik me overgegeven aan de politie."

Maar was je niet bang dat die je zou opsluiten?
„De luchtmacht strooide al enige tijd folders uit boven onze kampen. Over de nieuwe re-integratieprogramma's van de regering. Met drie anderen zijn we ontsnapt. Zeg maar gevlucht."

De regering zegt dat inmiddels zo veel paramilitairen zich hebben overgegeven, dat de beweging eigenlijk niet meer bestaat.
Rosemberg kijkt even zwijgend voor zich uit en zegt dan stug: „Daar ben ik het niet mee eens."

Hoe is het nu om in het gewone leven te staan?
„Een hele aanpassing. Een overstap van de hangmat naar een bed. Ik wist niet eens wat de kleuren van de verkeerslichten betekendendit voor bijschrift."

„Het re-integratieprogramma betekent heel veel voor me. Ik rond binnenkort mijn opleiding tot kleermaker af. Mijn droom is een modewinkel te beginnen, met daarin alle stijlen. Van de regering kan ik een lening krijgen om een bedrijf te beginnen."

Zou de regering je niet liever in de gevangenis hebben?
„Nee. Paramilitairen die zich willen laten ontwapenen, gaan vrijuit. Er zijn wel enkele processen waaraan ik moet meewerken, maar als getuige en niet als beklaagde."

Zou je geen huisvader willen worden?
„Op mijn 22e ben ik getrouwd. Mijn vrouw en ik kregen twee dochters. Maar omdat mijn kinderen werden bedreigd, moest ik weg."

„Nu hebben zij mij afgeschreven. Toen ik mijn dochter voor haar verjaardag belde, zei ze geen contact meer te willen. Al tien jaar heb ik ze niet meer gezien."

„Hier in Bogota leef ik samen met een nieuwe vriendin. Ik denk ook dat mijn ex-vrouw een nieuwe relatie heeft."

Bang voor wraak?
„Niet meer. Als iemand me had willen doden, had hij dat al gedaan. Bovendien is er groter wild dan ik."

Colombia zet eerste stappen op weg naar vrede

Het aantal ontheemden loopt waarschijnlijk tegen de 4 miljoen. Op een totale bevolking van 45 miljoen is dus zo'n 9 procent van huis en haard verdreven. Samen met Sudan en Congo voert Colombia de statistieken aan.
De guerrilla streeft -zoals overal- naar een betere wereld. In 1964 nam de FARC (Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia) de wapens op om de grootgrondbezitters te verdrijven en eindelijk een vreedzaam Colombia te vestigen. Elke baby zou verzorgd worden, elk kind zou leren lezen. Maar het liep anders.

De regering kon de afgelegen dorpen niet meer beschermen. Zelfverdediging was het antwoord: "autodefensas" door paramilitairen. Maar deze gewapende burgers trokken hun gesels nog dieper over de rug van de arme Colobiaan. Rond het jaar 2000 stond Colombia met 36.000 moorden wereldwijd op nummer 1.

Keihard

De laatste jaren gaat het beter. In 2002 beloofde aankomend president Uribe het geweld keihard aan te pakken. Een van zijn leuzen was: „Ze krijgen ons echt niet allemaal dood."

Directeur dr. Alfredo Rangel van het onderzoeksinstituut Seguridad y Democracia moet zeggen dat Uribe woord heeft gehouden. „Het land is veel veiliger dan zes jaar terug."

Rangel heeft vanuit zijn kantoor een prachtig uitzicht over de hoofdstad Bogota. Een even goed overzicht heeft hij van de geweldsstatistieken. „Het aantal doden is het kleinst in 25 jaar en het aantal gijzelingen was in twintig jaar nog niet zo laag. In 2000 ontvluchtten nog 400.000 mensen hun huis, nu nog maar 80.000. Nog heel wat, zeker. We leven niet in een paradijs. Maar het gaat wel de goede kant op."

Vooral de uitbreiding van leger en politie versterken de tendens. Waar vijf jaar geleden in veel plaatsen niet eens politie was, staat vandaag op elke straathoek een soldaat of agent. En langs verbindingswegen tussen dorpen en steden zie je ze nu elke paar honderd meter. Uitrusting: volledige gevechtssterkte.

Veel dorpen zijn uit hun isolement verlost. Iemand ongezien gijzelen is er nu niet meer bij.

Het waren vooral de Verenigde Staten die bijdroegen aan het ambitieuze Plan Colombia, om het land weer veilig te maken. Ze besteedden 1,3 miljard dollar aan onder meer militaire training en de opsporing van cocaïnesmokkelaars.

Rangel schat het aantal mensen binnen leger en politie samen op 300.000. „Gemeten naar het aantal inwoners is dat minder dan in West-Europa. Maar voor Colombia is het hoger dan ooit. Ook hebben we nu meer gevechtshelikopters en andere technische capaciteit."

„In elk dorp is de regering nu aanwezig", stelt ook Ricardo Arias vast. Hij is voorzitter van de vredescommissie in de Senaat, waarin hij de presidentiële U-partij vertegenwoordigt. „We spenderen nu drie keer zo veel aan veiligheid als vijf jaar geleden."

Rangel: „Op een enkeling na kunnen alle 1100 burgemeesters weer in hun eigen gemeente werken. Vijf jaar geleden konden er 400 hun eigen kantoor niet in. Bij Uribes aantreden was er in 200 gemeenten geen politie. Als we de komende vijf jaar evenveel vooruitgang boeken, ben ik heel blij."

De uitbreiding van leger en politie ging hand in hand met de ontwapening van de paramilitairen. Rangel: „Vrijwel alle paramilitairen zijn gedemobiliseerd; dat zijn er 32.000."

Arias: „Het is over met de paramilitairen. Onze grote wens is dat ze weer burgers worden. Daarvoor heeft de regering re-integratieprogramma's. Opleidingen en economische kansen zijn essentieel."

Rangel en Arias constateren beiden dat sommige voormalige paramilitairen opnieuw ondergronds gaan. Arias: „Zij willen de nieuwe orde niet aanvaarden. Ze zitten volledig in de cocaïnesmokkel. Het gaat om ongeveer 3000 personen."

De paramilitairen zijn misschien uitgeschakeld, maar de guerrilla is op zijn best teruggedreven naar de oerwouden. Rangel: „Na het aantreden van Uribe is de grootste rebellengroep, de FARC, voor het eerst in de geschiedenis in omvang gedaald; van 18.000 tot 14.000 man. Net als alle vijanden van de staat hebben ze moeten inleveren."

De politicus Arias moet toegeven dat de regering de FARC nog niet in de tang heeft. „Van alle groepen begrijpen we deze het minst. Maar de president heeft gekozen voor de militaire confrontatie. Dat zal hopelijk leiden tot een dialoog en een bevrijding van gijzelaars. Ik hoop dat we binnenkort een humanitair akkoord bereiken. Dat zou een goed begin van vrede zijn."

Dat vrede mogelijk is, staat voor de senator overeind. „De Colombiaanse natie snakt naar vrede. Het volk eist dat het conflict ten einde komt."

Christendom is totale omslag

colombia_2007.jpgSamen met vier stamgenoten betreedt Luiz het podium van de Iglesia Cristiana Confraternidad in Bogota. Het is onder meer door het zendingswerk van deze gemeente in de bergen van de westelijke provincie Cauca, dat ze tot het geloof zijn gekomen. Op deze zendingszondag geven ze met muziek van de Guambiano een gezicht aan het zendingswerk.
Het vijftal indianen draagt een felblauwe rok over de blote benen, met daarboven een bruine of witte wollen poncho. Op de rug hangt een platte rieten hoed, die ze alleen buiten dragen.

De (pan)fluiten zijn de drijvende kracht in de indiaanse muziek uit het Andesgebergte. Maar trommel, gitaar en de charando (kleine gitaar) doen ook goed mee.

In de heldere en ritmische muziek van de Guambiano bezingen de indianen een lofzang op Gods schepping. In hun eigen taal. De beamer projecteert de tekst in het Spaans.

Er zijn ongeveer 20.000 Guambiano-indianen in Colombia, voornamelijk in de westelijke provincies. Slechts 1500 van hen zijn christen, vertelt Luiz. „Dit is pas het zaad."

Hoe ben je christen geworden?

„Door mijn ouders. Zij werden tien jaar geleden bekeerd door het werk van Engelse zendelingen. Er kwamen toen ongeveer 500 indianen tot geloof. Maar er zijn er nog duizend gevolgd."

Het rooms-katholieke christendom bestaat al bijna 500 jaar in het land. Had dat geen invloed op de indianen?

„De Spanjaarden waren wel altijd actief in onze gemeenschap. Maar pas door de protestanten is actief aan evangelisatie gedaan. Tot voor kort handhaafde vrijwel iedereen van onze stam de traditionele natuurgodsdienst."

Is het moeilijk om als indiaan christen te zijn?

„Ja. Wij groeiden op met het geloof dat we uit het water kwamen en zo. Dat moet je allemaal loslaten. Het christendom is iets totaal anders. Het is een totale omslag. De oudere generatie keert zich tegen deze ideeën, maar de jongere is opener."

Is er weerstand?

„Wel kritiek, ja. Het is bijvoorbeeld in ons reservaat Silvia verboden om als protestanten samen te komen. Daarom houden we diensten in huis. Er is geen publieke kerk."

Ben je nu als christen ook westerling?

„Nee. Je kunt geen tegenstelling maken tussen het indiaan- en het christen-zijn."

colombia2.jpgGroot, maar niet volwassen

Al ruim voor de aanvang van de dienst klinken er lofliederen vanuit de Iglesia Cristiana Confraternidad in Bogota. Terwijl het kerkvolk binnenstroomt, geeft een groepje op het podium de toon aan. Er is een koortje van vier personen, en begeleiding van drum, gitaar en keyboard.De beamer projecteert de teksten van de liederen op het grote scherm achter het podium. Tussendoor worden er mededelingen gedaan en krijgen nieuwkomers welkomstpakketten uitgereikt. Een van de leiders doet een gebed om de aanwezigheid van God in deze dienst. Een ander heet iedereen welkom, „en el nombre del Señor" (in naam van God).
Het is vandaag zendingszondag. Kinderen dragen meer dan een dozijn vlaggen naar het podium. De vlaggen symboliseren de landen waarin mensen uit deze gemeente zitten.

Terwijl de kerk volstroomt, kijkt een bewaker af en toe om het hoekje. Net als winkelcentra en bedrijven in Colombia hebben ook kerken zeven dagen per week particuliere beveiligers rondlopen.

De beamer projecteert het verzoek de mobiele telefoon uit te zetten. De dienst begint. Voorganger is pastor Fernando Larzábal.

De Argentijnse prediker heeft voor de zendingszondag gekozen voor een preek over Jona. „God zoekt toegewijde mensen", zegt hij. „Jona hoopte niet op de roeping voor Ninevé. Maar God heeft het recht ons de roeping te geven die Hij wil."

God roept Zijn kinderen doorlopend, zegt Larzábal. „Wat is uw Ninevé? Wanneer was de laatste keer dat u God beloofde Zijn wil te doen?"

Niet iedereen komt zijn roeping na. Daarom: „Wat is uw Tarsis? Als je ongehoorzaam bent, word je een bedreiging en zelfs een vloek voor je omgeving."

Door „Jona's egotrip" leerden de zeelui echter wel God kennen. „Van vrees voor de natuur kregen ze vrees voor God."

Dromen
De meeste mensen die de preek van Larzábal over Jona beluisteren, zijn niet als protestant geboren, vertelt pastor Muriel Roosvelt. Als voorzitter van Cedecol (Concejo Evangélico de Colombia) bestuurt hij een soort Colombiaanse raad van kerken. „De grootste groei van de protestantse kerken is van de afgelopen twintig jaar."

Het percentage "evangelischen" -zoals protestanten in het Spaans heten- ligt momenteel op ongeveer 10 procent. „Er wonen 45 miljoen mensen in het land. Zo'n 4,5 miljoen zijn op dit moment protestant. Hun aantal groeit nog steeds. Toen ik jong was, zaten de protestanten onder de 1 procent."

In die tijd was Roosvelt zelf ook geen christen. „Ik was een communistische journalist. Maar in 1981 kwam Jezus bij me in dromen. Hij klopte aan mijn deur en zei: Ik ben gekomen om je leven te redden. Toen ik hierover eens met een christen sprak, bleek dat alles wat ik in de dromen had gehoord, uit de Bijbel kwam. Dat overtuigde mij."

Roosvelt was getuige van een opwekking in de provincie Cauca in het westen van Colombia. „Op een dag hadden we 50.000 mensen in het stadion van de stad Cali. We baden onder meer tegen het Calikartel, een drugsbende die de politie en het bedrijfsleven in zijn macht had. Na tien dagen bidden was dit kartel verdwenen. Dit is slechts één voorbeeld waarin we de macht van het gebed zagen."

Overal in het land ontstonden nieuwe gemeenten. „De traditie van de Colombiaanse kerken is dat ze graag zelfvoorzienend zijn. Zeventig procent van de protestantse gemeenten is onafhankelijk en behoort niet tot een kerkverband."

Deze kerken laten zich wel vertegenwoordigen door Cedecol. „Wij hebben ongeveer 70 procent van de protestanten in onze kaartenbak. De rest hebben wij nog niet kunnen bereiken. Of zij ons niet. Colombia is een groot land met veel afgelegen regio's."

Megakerken, die vooral in de steden bestaan, hebben geen behoefte aan vertegenwoordiging door Cedecol. „Als zij met de president willen praten, maken ze gewoon een afspraak. Daarvoor hebben ze ons niet nodig."

Bekogelen
Voor de rooms-katholieke president Uribe is het inmiddels geen schande meer om met protestanten te praten. Het 'nieuwe geloof' heeft inmiddels een respectabele positie in de samenleving gekregen. Roosvelt: „In sommige kringen is het zelfs een beetje trendy geworden om evangelisch te zijn. Feit is dat in de kerken mensen uit alle sociale lagen zitten."

De Rooms-Katholieke Kerk heeft echter nog veel invloed in de samenleving. „Tot 1991 was Colombia een confessioneel katholieke staat. Zo stond het in de grondwet. Echte vrijheid van godsdienst ontstond pas door de nieuwe constitutie uit 1991."

Onder de oude grondwet was er vrij openlijke vervolging van protestanten, aldus Roosvelt. „Vanaf de preekstoel werd opgeroepen evangelische kerken en mensen met stenen te bekogelen. Er zijn in die tijd ook pastors vermoord. Kerk en staat waren nauw verbonden. De kerk beïnvloedde alle besluiten, zoals wetten die de niet-katholieken ten goede kwamen."

Door de nieuwe grondwet en de opkomst van de protestantse kerken is de weerstand subtieler. „Er zijn regelmatig petities om ons te benadelen. Verder vraagt de president alleen rooms-katholieke instellingen om advies. De katholieke kerk is als enige vertegenwoordigd in het vredesproces. Wij slagen er ook niet in ziekenhuis- en legerpredikanten benoemd te krijgen. De invloed van de katholieke kerk is er dus nog steeds, maar meer bedekt."

Wettisch
Roosvelt vindt het goed te verklaren dat in heel Zuid-Amerika pinksterachtige gemeenten als paddenstoelen uit de grond schieten, terwijl de traditionele presbyteriaanse en baptistische kerken nauwelijks plaats veroveren. „Die andere kerken waren al veel langer hier. Ze waren vrij wettisch en ritualistisch - lange rokken voor vrouwen en zo. Juist de evangelische benadering bood een antwoord op de vragen van mensen. Die spreekt de nood van mensen aan. Het gaat niet maar om wat religie, maar om een ervaring van kennis. De historische denominaties leggen te veel nadruk op sociale dingen."

Het 'succes' van de nieuwe protestanten blijkt ook hierin dat andere kerken hun vormen overnemen. „Vooral de Rooms-Katholieke Kerk kopieert dingen van ons, onder meer in de stijl van preken en van zingen."

De komende twintig jaar zal de groei van de kerken doorgaan, meent Roosvelt. „De kerk zal zelfs hard groeien. Velen zullen tot Christus komen en naar de kerk blijven gaan. Maar daardoor zullen ook sommige problemen duidelijker aan het licht komen. Momenteel zijn er te veel hokjes en is er te weinig eenheid. Ook moet er meer worden gewerkt aan opleiding van voorgangers. Veel pastors bedrijven een soort welvaartstheologie. In al die dingen moeten we nog volwassen worden."