Donaties

Iedereen kan het werk van de Stichting Draagt Elkanders Lasten steunen.

Stort uw giften op:
giro: 29.70.700 

of op:
bankrekeningnummer
65.32.60.008 (ING Bank)

ten name van

Draagt Elkanders Lasten te Apeldoorn.

Erdee Media Groep

Zoeken

Actie China 2008: Aan onze abonnees

Apeldoorn, 7 november 2008

Vandaag gaat de RD-najaarsactie "Steun christenen in China" van start. Ik hoop dat er veel geld bij elkaar gebracht mag worden. Niet tot groter glorie van een reformatorische krant, maar ten dienste van christenen die het vaak heel moeilijk hebben.

De situatie is niet overal in China eender, maar doorgaans wil de overheid het voor het zeggen hebben in de christelijke kerk. In zulke kerken is soms een atheïst secretaris van het kerkbestuur. Dat is vreselijk. Daarom komen veel groepen Chinese christenen in huiskamers bijeen. De voorgangers hebben doorgaans hun dagelijks werk. En ze hebben nauwelijks of geen theologische scholing.

De nieuwe RD-actie voorziet in steun voor deze voorgangers. Zij krijgen scholing. Engelssprekende docenten -vaak predikanten- geven hun onderwijs in de gereformeerde geloofsleer, op basis van de reformatorische belijdenis. Dat gebeurt in het geheim. Het is niet zonder risico's, maar de Chinese evangelisten zitten erom te springen. Velen van hen kennen hun gebrek en snakken naar meer kennis.

Evangelisatieactiviteiten zijn bij wet verboden. De persen mogen voor het produceren van gereformeerde lectuur absoluut niet draaien. Chinese voorgangers hebben weinig of geen goed studiemateriaal. Daarom wil de actie "Steun christenen in China" de uitgave van de Matthew Henry Study Bible financieren. Chinezen zelf zorgen voor het druk- en bindwerk. Ook dat gebeurt in het geheim.

Niet alles moet verborgen blijven. Het is voor sommige etnische minderheden mogelijk een eenvoudige, bescheiden kerk te bouwen. De kwaliteit is echter slecht. En soms storten de gebouwtjes door aardbevingen in elkaar. De RD-actie wil financiële hulp verschaffen voor nieuwbouw of herstel. Ik heb er alle vertrouwen in dat de abonnees van deze krant de Chinezen niet in de kou laat staan.

De actie wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met de Stichting Hudson Taylor, Bonisa Zending en de Stichting China en de partners van deze organisatie in China. Het is de bedoeling door de publiciteit rond de fondswerving ook het besef te doen groeien dat Nederlandse christenen de taak hebben om de kerk ver weg in moeilijke omstandigheden in het gebed te gedenken.

Ik doe opnieuw een beroep op u.

Stort uw gift op gironummer 29.70.700 of op bankrekeningnummer 65.32.60.008 van Draagt Elkanders Lasten te Apeldoorn (via deze stichting wikkelt het RD zijn acties af).

Ir. B. Visser
algemeen directeur

Toerusting Chinese christenen broodnodig

china1.jpgDe wetenschap groeide dat hij wel emoties kende, maar geen echt geloof. Later leerde Ling God kennen. Hij geeft nu Bijbelonderwijs. „Verkeerd geloof brengt je nooit het nieuwe leven. Hulp aan aardbevingsslachtoffers is nodig, maar toerusting ook. Verbaal en via boeken."

De echte naam van Ling luidt anders. Het is te riskant om die te gebruiken omdat hij niet bij een van de door de regering erkende en gecontroleerde kerken hoort. In weerwil van het groeiende optimisme arresteert de Chinese overheid nog altijd christenen, voorgangers en predikanten. Eerder dit jaar kwam de gevangenneming van huiskerkleider Zhang Mingxuan in het nieuws. Ook pakte de politie lokale voorgangers op als Tian Min Ge, Su Dean en Wang Hongliang.

In maart werden tachtig christenen in hechtenis genomen. In juni zei de directeur van de organisatie Christian Solidarity Worldwide dat bij het naderen van de Olympische Spelen de situatie voor niet-geregistreerde christenen in China steeds slechter werd. „Die Olympische Spelen hielden harten in de hele wereld bezig", zegt RD-directeur B. Visser. „Dat is de motivatie voor ons bestuur om de najaarsactie dit keer te houden voor China. Wij willen iets doen voor christenen in dat land."

Kortgeleden begonnen berichten te circuleren dat de Chinese overheid alle buitenlandse geldstromen scherp gaat controleren. Dat kan voor mensen die christenen in China steunen erg lastig blijken. Het heeft echter geen consequenties voor de RD-actie.

Biografieën

Na een taxirit en een stevige wandeling sta ik in een van de Chinese steden voor een groot gebouw. Vroeger was het een hotel. De kamernummers staan nog op de deuren. Op verdieping nummer zoveel klop ik aan bij een vertrek van nauwelijks 30 vierkante meter. De vloer is van kil cement. De kachel doet het niet. Langs een van de muren staan schappen met boeken. Dit is het kantoor van een uitgeverij. Boeken spelen nu eenmaal een belangrijke rol bij toerusting.

Voor het uitgeven van levensbeschrijvingen van bekende personen geeft de Chinese overheid meestal toestemming. „Omdat zulke boeken behoren tot het genre cultuur", zegt uitgever Chen. Onder de mensen die voor hem werken, heerst een vriendelijke sfeer. Tot op heden zagen bijna twintig titels het licht. Van de biografie van Johannes Calvijn in het Chinees gingen er duizenden over de toonbank. Ook van John Knox en John Bunyan zijn biografieën uitgegeven.

Geloofsleer

Voor het uitgeven van publicaties waarin de gereformeerde geloofsleer aan de orde komt, geeft de overheid echter niet zomaar toestemming. Die boeken rollen nadat ze in het Chinees zijn vertaald op een geheime plaats van de drukpers. 'Ondergronds'. Daarbij valt te denken aan commentaren van Calvijn, belijdenisgeschriften in het Engels en in het Nederlands, een enkel boek van James Innel Packer en bijvoorbeeld de "Redelijke godsdienst" van Wilhelmus à Brakel. Zijn die uitgaven zinvol?

In een aantal Chinese dorpen en steden staan door de staat gecontroleerde kerken. Soms hebben ongelovigen een leidinggevende positie in zo'n kerk. Zo vernam ik in de stad Guilin dat de secretaris van de plaatselijke Drie-Zelfkerk geen christen was. Maar gereformeerde lectuur kan zelfs atheïsten tot erkenning brengen van de waarheid over zichzelf, over God en over de Heere Jezus. En de Bijbelse geloofsleer kan ook een bijzondere invloed hebben op christenen in gevestigde kerken.

De leden van de kerk in een van de Chinese dorpen hadden weet van Gods Woord. Zij bezochten elke zondag de kerkdiensten. Maar ze hoorden daar dat de zaligheid afhankelijk is van de vrije wil van de mens. Totdat de predikers de in het geheim gedrukte boeken in handen kregen. Ze begonnen te studeren. „Wij lezen nu wat wij in ons hart ervaren." Na verloop van tijd zegde de hele kerk van duizend zielen de arminiaanse leer vaarwel. Dit is geen uit de dikke duim gezogen verhaal; ik heb het in China gezien.

Seminar

Toerusting blijkt broodnodig in China. Dat gebeurt via boeken. Maar ook met woorden. Verbaal. Bijvoorbeeld via bijeenkomsten die vijf tot acht dagen duren. Ontmoetingen met een groep Chinezen van wie elk in z'n eigen stad of dorp in de regio leidinggeeft aan een huisgemeente. Groepen evangelisten die doorgaans nog niet al te veel weten. Zij blijken erg leergierig. En ze vragen ook advies over problemen in hun lokale gemeenten.

Het bezoek aan zo'n seminar is bijzonder informatief. Dat ervaart de gereformeerde buitenlander Thomas, die een week lang onderwijs verzorgt. Zijn Chinese begeleider, Peter, houdt in de stad na het vallen van de avond een geblindeerde taxi aan. Hij rijdt lang over de verkeerswegen, maar dan slaat hij een weg in zonder asfalt of verlichting, vol kuilen en stenen. Thomas mag noch in de taxi, noch op straat Engels spreken. Hij stapt uit en wordt bij de hand gepakt en naar binnen getrokken.

Wie als buitenlander particulier wil overnachten, dient zich te laten registreren bij de politie. Dat doet Thomas niet. Het lijkt erop dat de overheid zich in dit dorp even koest houdt. Dat wil zeggen: samenkomsten van huisgemeenten en wat daaraan verwant is, lijken oogluikend te worden toegestaan. Thomas en zijn begeleider blijven de komende dagen en nachten binnenshuis. De slaapgelegenheid is simpel. Het eten is niet westers. Aanpassing is vereist.

Van tevoren krijgt Thomas ingefluisterd wat hij moet zeggen als er onverhoopt een politie-inval mocht plaatshebben: Een nicht van de huiseigenaar -Soen is haar naam- studeert theologie in Toronto, Canada. En die nicht heeft gevraagd of Thomas haar oom, Li, in dit dorp eens wilde bezoeken. Thomas heeft zijn Chinese vriend Peter uitgenodigd om mee te gaan. Hij had toch iemand nodig om in China te kunnen communiceren. Dat verhaal plaatst Thomas plotseling voor een ethisch dilemma. Maar gelukkig komt er geen politie.

Uitleggen

Er zijn circa dertig voorgangers aanwezig, plus enkele geïnteresseerde vrouwen. Er is slechts één badkamer beschikbaar in het grote huis. Uit de douche stroomt slechts af en toe iets wat op warm water lijkt. Buiten vriest het. De voorgangers zijn doorgaans kleine boertjes, die daarnaast een huisgemeente leiden. Van een fulltime- of een parttimefunctie is geen sprake. Thomas hoort ze zingen. Niet emotioneel of extatisch, maar gedragen. Het klinkt zelfs een beetje treurig.

Het lijkt eenvoudig om in het Engels te vertellen hoe de kerk op Bijbelse wijze dient te worden geregeerd. Maar de simpelste dingen zijn bij de groep onbekend. De voorgangers en de vertaler weten niet wat independentisme is. En een kerkorde? „Nooit van gehoord! Wat betekent dat?" vragen ze. Thomas moet ook uitleggen wat een geloofsbelijdenis is. En op welke manier confessies worden geboren.

De uitdrukking "church discipline", kerkelijke tucht, blijkt een westers begrip dat om uitleg vraagt. De huisgemeenten kennen dat fenomeen niet. Want er is geen sprake van lidmaatschap. Wie de bijeenkomsten bezoekt, behoort de facto tot de huisgemeente. Met die ongestructureerde situatie komt dus ook Bijbelse uitoefening van de kerkelijk tucht op de helling te staan. Het is onmogelijk tucht toe te passen ten aanzien van mensen die helemaal geen belijdend lid zijn.

Thomas krijgt de vraag voorgeschoteld hoe een kerk aan geld komt. Voor mensen uit Europa is dat zo klaar als een klontje. Zij wijzen naar de diaken met zijn collectezak. De huisgemeenten kennen dat verschijnsel echter niet. „Wat gebeurt er als zo'n diaken met al het kerkgeld op de loop gaat?" Als Thomas vertelt dat de kerk dan het recht heeft naar de wereldlijke rechter te stappen, slaan de stoppen door. De overheid te hulp roepen? Dat past totaal niet in de Chinese visie op de kerk.

In tranen

In China groeit de kerk als kool. Maar toerusting blijkt broodnodig. Thomas verwijst naar 1 Korinthe 14 en 1 Timotheüs 2. Ineens barst een van vrouwen in snikken uit. Ze gelooft wat Gods Woord zegt over het spreken van vrouwen in de kerk, maar in haar huisgemeente is geen enkele man in staat goed te lezen en de leiding op zich te nemen. Daarom legt die vrouw in de huisgroep het Woord uit. Wat dient ze nu toch te doen? Moet ze de huisgemeente dan maar opheffen?

Thomas zegt dat er eigenlijk 'sIechts' sprake is van een "fellowship" en niet van een kerk in de georganiseerde zin van het woord. Dus vrouwen die het woord voeren fungeren niet als ambtsdrager. Hij antwoordt de vragenstelster dat zij -als er geen capabele mannen beschikbaar zijn- maar gewoon door moet gaan. „Maar zie uit naar verandering van de situatie." De Chinese dame toont zich opgelucht. Ze maakte zich zorgen dat ze de grenzen van Gods Woord te buiten was gegaan.

Censuur

Overigens komen er op zo'n seminar tevens tal van ethische kwesties ter sprake. Met name echtscheiding blijkt een groot probleem binnen de huisgemeenten. En als iemand dan onder censuur moet, hoe gaat dat? De broeders menen dat iemand die is afgesneden niet meer in de samenkomst mag komen. Thomas weerspreekt dat. Een gecensureerde moet juist wel naar de kerk gaan, opdat hij via vermaning tot bekering en schuldbelijdenis zal komen.

De broeders daarentegen onderbouwen hun mening met 2 Johannes:10 en 11: „Indien iemand tot ulieden komt, en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in huis, en zegt tot hem niet: Zijt gegroet. Want die tot hem zegt: Zijt gegroet, die heeft gemeenschap aan zijn boze werken." In dit geval wreekt het zich dat de kerk en een private woning -waar iemand de broeders uitnodigt voor een bijeenkomst rond het Evangelie- in de praktijk hetzelfde zijn.

Op een dag roepen de evangelisten Thomas bij zich. De broeders zien wel iets in de structuur van een plaatselijke kerkenraad en meerdere vergaderingen. Thomas is blij. Maar hij maant tot voorzichtigheid. Hij zegt: „Jullie moeten niet bij het dak van je huis beginnen, maar bij het fundament. Iedereen dient ervan overtuigd te zijn dat deze orde in de kerk goed en Schriftuurlijk is. Zijn er genoeg mensen om ambten te vervullen? Willen zij hun handtekening onder een confessie plaatsen?"

Groei

Er staan tal van seminars op stapel voor China. Bovendien is het de bedoeling de Matthew Henrystudiebijbel in het Chinees te vertalen en uit te geven. De Chinese politie zit christenen danig dwars. Er is voortdurend sprake van arrestaties. Huiskerkleiders worden opgesloten en geslagen. Evangelisatie is in China praktisch verboden. Ondanks dat alles groeit de kerk. Juist de voorgangers van de in menigte ontstane huisgemeenten zitten dringend verlegen om boeken en verbale toerusting.

Kerkhistorie China telt tal van confrontaties

china2.jpgOpenbaring 12:4 eist zorgvuldiger exegese. Toch toont de Chinese kerkhistorie inderdaad telkens iets van confrontatie tussen vijandige machten en mensen die de Naam van Christus belijden.
Aaron denkt gematigder over de Chinese overheid dan Zhao. Hij woont in een van de grote steden van China. In de ontmoeting met een westerse bezoeker gebruikt hij liever niet zijn Chinese, maar zijn christelijke naam. „Mijn ouders dienden de afgoden, maar een man uit Singapore gaf mij christelijke lectuur. Ik las die en leerde mijzelf als zondaar kennen. Ik kwam terecht in een huisgemeente. Daar vond ik vrede. In het werk van Jezus Christus, de Gekruisigde."

Aaron is uitgever. Voorheen produceerde hij slechts seculiere lectuur, nu ook christelijke. Over Knox en Calvijn bijvoorbeeld.

Aaron hoort tot de jongere generatie. Hij vindt de tijd van 1970 tot het begin van de jaren 90 de moeilijkste periode. Ouderen vonden de jaren 50 en 60 zwaarder. Daarna ging het volgens hem beter. „Toch hebben wij meer vrijheid en gerechtigheid nodig. Veel mensen delen niet in de voordelen van de economische groei. Maar de regering is niet onze vijand. Ik hoop op vooruitgang, stap voor stap."

Vroeg christendom

Vanouds telt China tal van mensen die voorouders vereren of aanhangers zijn van het boeddhisme, het confucianisme of het taoïsme. Het christendom deed relatief laat intrede in China. En dat gebeurde eigenlijk door in westerse ogen ketterse figuren.

Het concilie van Efeze veroordeelde in 431 Nestorius. Hij maakte te veel scheiding tussen de menselijke en de goddelijke natuur van Christus. Een van zijn aanhangers, Alopèn, reisde in 635 als eerste zendeling naar China.

Mogelijk kwam het christendom al eerder naar China via handelsroutes naar en van Antiochië. Maar dat is nooit bewezen.

Twee eeuwen lang ondervond het christendom weinig hinder. Het zendingswerk deed in meer dan twintig belangrijke steden kerken verrijzen. Maar in het jaar 845 liep het mis. De nieuwe keizer beschouwde vreemde invloeden als negatief. Toen moesten alle buitenlandse religies het ontgelden. Boeddhistische monniken werden gedood. Het christendom raakte in verval. In 987 repatrieerde een monnik naar Europa. Hij vertelde dat er in heel China geen christen meer viel te vinden.

Vanaf 1213 veroverde de Mongool Dzjengis Khan China. Een tolerante sfeer ontstond. De Venetiaanse koopman Marco Polo bezocht China. Kleinzoon Kublai Chan vroeg via Marco Polo de paus om onderwijzers van het christelijk geloof. Hij zond Johannes a Monte Corvino als missionaris. Het concilie van Lyon stuurde later nog twee franciscanen: Giovanni Plano de Carpini en Willem Rubroec. Na de dood van Monte Corvino (1325) en toen de Mongolen hun biezen pakten, ging het opnieuw mis.

Jezuïeten

In de zestiende eeuw trokken jezuïeten naar China. De eerste was de toen ongeveer 30 jaar oude Matteo Ricci. Ricci wist veel van astronomie en geografie. Dat zorgde voor goed contact met lokale geleerden. Hij bestudeerde de klassieke Chinese literatuur. Hij droeg Chinese kleding en respecteerde de gewoonten van de cultuur. Zo kreeg hij toegang tot de academies voor wetenschap. Toen hij in 1610 stierf, waren er vier christelijke centra in China en 2500 christenen.

Ergens midden in het communistische Peking ligt de begraafplaats waar Ricci's gebeente moet rusten. Net als de lichamen van nog tientallen andere zendelingen, áls de graven althans niet zijn geschonden. Je hoeft niet rooms-katholiek te zijn om onder de indruk te komen van het verleden. De begraafplaats is tijdens de zogeheten Boxeropstand een keer verwoest. Christenen heetten immers „jachthonden van het imperialisme."

Het oude kerkhof bevindt zich op het terrein van een soort kaderschool van de Chinese Communistische Partij. Het schoolgebouw lijkt ouder. Vrijwel zeker heeft het voorheen als een soort seminarie gefungeerd.

Vlakbij staat ook een voormalige kerk. Het kruis is eraf gesloopt. De ramen zijn van glas ontdaan en dichtgemetseld. Navraag leert dat het voormalig kerkgebouw inmiddels dient als slaapgelegenheid voor mensen die een baan hebben bij het college.

De begraafplaats oogt als een ietwat welwillend signaal van de atheïstische, Chinese overheid. Ik vraag aan iemand in de buurt hoe dat kan. „Christelijke graven! Nota bene!" Het antwoord is even slim als verbluffend. „Het communisme rekent zending tot het cultureel erfgoed van China."

Met het onderhoud toont China zijn vriendelijke gezicht. Toch heb ik, terwijl ik daar rondloop, het idee dat een man mij vanuit z'n ooghoeken voortdurend in de gaten houdt.

Protestanten

In de negentiende eeuw kwamen protestanten naar China. De London Missionary Society zond er Robert Morrison heen. Hij landde in 1807 in Kanton. Hij begon in 1814 te dopen en was in 1819 klaar met het vertalen van de Bijbel in het Chinees.

Hudson Taylor zette als 21-jarige jongeman in 1854 voet aan land in Sjanghai. De door Taylor in 1866 gestichte China Inland Mission was de grootste zendingsorganisatie in China.

Toen zendeling James Outram Fraser in 1938 stierf, bedroeg het aantal protestantse christenen in zijn werkgebied meer dan een half miljoen.

Vroeg in de twintigste eeuw ging het fout. Economische ellende, antibuitenlandse sentimenten als gevolg van zendingsactiviteiten en bijgeloof van de lagere klassen vormden de voedingsbodem voor de opstand van de Boxers. Het geheime genootschap begon in 1899 zendelingen te terroriseren. Duizenden christenen en 135 zendelingen vonden met hun gezin de dood.

Chiang Kai-sjek was christen. Hij slaagde erin het gezag over China in handen te krijgen. Toen leek het erop dat er in China een doorbraak op komst was ten gunste van het christendom. Maar in 1949 greep het communisme de macht onder leiding van Mao Zedong. Toen begon een zeer moeilijke periode voor Chinese christenen.

Communisme

Een aantal partijbonzen en -volgens velen- hypocriete christenen stelden een zogenaamd christelijk manifest op. Dat moesten alle kerkelijke leiders in 1950 ondertekenen. Wie dat niet deed, kon rekenen op represailles. Er vloeide veel bloed van christenen. Het communisme poogde elke gedachte aan God uit de hoofden van mensen te bannen. Toch blijkt lang na de Vroege Kerk de spreuk bewaarheid te worden dat het bloed van de martelaren het zaad van de kerk is.

In de jaren tachtig bleek er sprake van een breuk met het klassieke, door Mao Zedong gepraktiseerde communisme. De grondwet van 1982 vormt de afsluiting van dat oude, 'linkse' tijdperk. Het is opmerkelijk dat vanaf dat jaar het voor communisten zo typerende begrip klassenstrijd verdween uit de politieke en de juridische vocabulaire van de volksrepubliek. Er was sprake van een vertaling van „de dictatuur van het proletariaat" in de „democratische dictatuur van het volk."

Veel religieuze instellingen waren met de komst van het communisme gesloten. Na de dood van Mao in 1976 scheen er verandering op til. Verlichting. Maar er was sprake van strijd over het leiderschap. Artikel 36 van de nieuwe grondwet spreekt over „vrijheid van godsdienst." Een aantal kerken, tempels en moskeeën ging open. De adder onder het gras is echter dat „sommige rechten bij wet nader zijn geregeld en daardoor beperkt." Dat heet ook godsdienstvrijheid.

De door de staat gecontroleerde kerken dienden er alleen nog voor om onder politieke controle en dwang een nieuw China op te bouwen. De door het Chinese regime toegestane kerk handelt volgens het zogenoemde "drie zelf"-principe. Daarom wordt ook gesproken over de Drie-Zelfkerk. Die principes doen trouwens tamelijk nationalistisch aan. Het gaat om het zichzelf onderhouden, zichzelf besturen en zichzelf verbreiden.

Ergens in het gebied waar James Fraser werkte, ontmoet ik een predikant. Hij is tussen de 70 en de 80 jaar oud. Achttien jaar zat hij gevangen. Hij is ook arts. Hij heeft ondertussen het Amerikaans staatsburgerschap. Daarom kijkt de Chinese overheid uit hem kwaad te doen. Hij was een goed bekende van ds. Charles Chao sr. Hij is bevriend met de bekende ds. Samuel Lamb. „Het leven hier is moeilijk", zegt de predikant. „Maar God doet voor ons alle dingen medewerken ten goede."

Drie niveaus

Er is sprake van drie niveaus van kerk-zijn. De officiële kerk is de Drie Zelfkerk. Dan zijn er al of niet geregistreerde huisgemeenten. Soms krijgen die bezoek van spionnen. Ook is er sprake van volstrekt ondergrondse activiteiten. Bijvoorbeeld via geheime drukkerijen. China is groot. Het is moeilijk een totaal overzicht te verschaffen van de situatie. Dat overzicht in een notendop blijkt niet beschikbaar.

Elke woonplaats is afhankelijk van het plaatselijke Bureau voor Religieuze Zaken. Er bestaan in China gebieden waar mensen tamelijk weinig last hebben van de politie. Maar in andere plaatsen is sprake van ernstige intimidatie. Vooral de oudere huiskerkleiders, die de revolutie meemaakten, moeten niets van de overheid hebben. Zoals de reeds geciteerde ds. Zhao. Christenen die de overheid elke macht of zeggenschap in de kerk ontzeggen, stichten huisgemeenten.

Groei

De christelijke kerk in China groeit tegen de verdrukking in. Tony Lambert vermeldt in zijn boek "China voor Christus" het aantal volwassen dopelingen per jaar van de bekende ds. Samuel Lamb. Het zijn er honderden. Lamb zat veel jaren gevangen. Daardoor trok hij de aandacht van vrijwel de hele wereld. Misschien durven machthebbers hem niet erg meer dwars te zitten. Hij preekt ondanks hoge ouderdom elke zondag voor honderden mensen.

Lamb houdt drie of vier diensten per zondag. Hij doet dat in een huis, op de begane grond. Via beeldschermen op verschillende verdiepingen kunnen de vele bezoekers Lambs preek kunnen volgen.

Doop

In de vijandige Chinese context is de heilige doop binnen de kaders van het christelijk geloof iets bijzonders. Het is in elk geval geen sacrament dat naar gewoonte wordt toegediend en ontvangen, zoals dat vaak gebeurt in West-Europa. Welke betweterige Nederlander durft voor de doop vervolging te trotseren?

Het grootste gedeelte van de groei van het christendom heeft plaats in huisgemeenten. Zij kampen echter met een tekort aan leiderschap en aan structuur. Dat geeft weer een voedingsbodem aan sektarische dwalingen. En het blijkt onmogelijk zonder problemen allerlei gereformeerde boeken bovengronds te drukken. Ik hoorde een ondergrondse drukker zeggen: „Als ik zie naar mijn verantwoordelijkheid als mens, doe ik het niet. Als ik zie op mijn verantwoordelijkheid tegenover God, dan ben ik ertoe bereid."

Jonge kerk kijkt uit naar onderdak

Kerken die door zware sneeuwval gehavend waren, storten in. Ergens in dit gebied vol etnische minderheden blies zendeling James Fraser in 1938 de laatste adem uit.
Met een sterkte van 6,1 op de schaal van Richter was de aardbeving in augustus minder zwaar dan die in mei. Die van augustus kreeg in Europa geringe aandacht. De schade bleef beperkt. Toch richtte ook deze beving lelijke schade aan. Zij trof de provincies Sichuan en Yunnan. In beide gebieden woont een aantal etnische minderheden, waaronder de Jingpo en de Lisu. Diverse kerken van de Jingpo blijken door de ramp verwoest.

Er wonen 700.000 Lisu in de Chinese provincie Yunnan, in de buurlanden Birma en Thailand leven er nog eens 500.000. Het grootste deel van de naar schatting 600.000 Jingpo woont in Noord-Birma. Rond 1941 waren er daar enkele tienduizenden gedoopt. In China werden in dat jaar slechts enkele honderden Jingpo christen. Oorspronkelijk hielden ze zich bezig met voorouderverering. Toch kennen de Jingpo een rijk kerkelijk leven. Hetzelfde geldt voor de Lisu.

De aardbeving van augustus verwoestte diverse Jingpokerken. Reeds eerder bezweken door zware sneeuwval veel daken van Lisukerken. De constructie van de daken en de wanden van de bedehuizen was niet op het gewicht berekend. De lokale bevolking doet wat ze kan om de schade te herstellen. Maar de doorgaans in het hoge bergland levende christenen zijn arm. Ze hebben nauwelijks geld. Het is eigenlijk al bijzonder dat ze als minderheden kerkjes mogen bouwen.

Fraser

Hoe ontstonden de Lisukerken eigenlijk? Door het werk van James Outram Fraser. In 1886 werd hij in Engeland geboren. Hij had grote wiskundige kwaliteiten en had veel verstand van machinebouw. Bovendien zou hij in 1906 zijn eerste pianoconcert geven. Kortom: Fraser was een veelbelovend man. In de periode dat hij met een stoommachine experimenteerde, kreeg hij op twintigjarige leeftijd van een medestudent een folder. Die veroorzaakte grote innerlijke strijd en een definitieve koerswijziging in zijn leven.

Eileen Crossman, Frasers dochter, beschreef in "Als het regent in de bergen" haar vaders leven. In die biografie vatte zij de redenering van de folder als volgt samen: „Als onze Meester vandaag zou terugkeren en miljoenen mensen zou aantreffen die nog nooit van het Evangelie gehoord hebben, en uit de aard der zaak ons vragend zou aankijken om een verklaring, kan ik me niet voorstellen welke verklaring wij Hem zouden kunnen geven." Fraser raakte ervan overtuigd dat hij naar China moest.

De man moet een avontuurlijke geest hebben gehad. Anders had hij het werk onder de Lisu niet kunnen volhouden. Fraser voelde zich soms „lusteloos en zwak, alsof zijn voeten onder hem weggleden." Toch ontstonden er christelijke gemeenten. Na verloop van tijd namen velen afscheid van de demonen en afgoden. Nieuwe belijders waren bereid de rijstwhisky te laten staan. Er werden Lisu gedoopt. In 1938 overleed de zendeling aan hersenmalaria; naar menselijke maatstaven te vroeg.

Ergens in de buurt van het provinciestadje Weixi sta ik op een zondagochtend op een berghelling, bij een ommuurd hofje. De Lisuchristenen hebben in dit stille stukje natuur een eenvoudig monument geplaatst ter herinnering aan hun 'apostel'. Fraser stelde de spraak van de Lisu op schrift. Hij gaf hun een Nieuw Testament in hun eigen taal en een bundel geestelijke liederen. Wie wordt niet stil bij de wetenschap dat geen tegenslag of zelfverloochening Fraser te veel was voor de uitbreiding van Gods Koninkrijk?

Bijbel

In het berggebied rond Weixi staan zo'n zestig kerken. Het lijkt wel of een heel grote hand ze over de bergen heeft uitgestrooid. En dat is ook zo. Maar die hand is zo groot dat ik slechts iets zie van wat er van het zaaisel is opgekomen. De christenen in het bergachtige gebied zijn afhankelijk van het kerkelijk centrum in Weixi. Dat heeft een helpende functie. Een dienende taak. En de plaatselijke gemeente in Weixi heeft tevens een relatie met de grotere Lisukerk, de door James Fraser gestichte protestantse kerk.

De Lisuchristenen hebben het communistische regime overleefd. Ze namen toe in aantal. In sommige bergdorpen zijn bijna alle bewoners christen. Toen Fraser kwam, was het ontwikkelingsniveau erg laag. Nog altijd kunnen lang niet alle mensen lezen en schrijven. Dat zal wel een van de redenen zijn waarom de kerk slechts weinig predikanten telt. Meestal preekt er een ouderling. Zo iemand krijgt doorgaans een opleiding. Daarvoor dient de Lisu Bijbelschool in Weixi.

Als ergens geldt dat de christelijke gemeente niet uit veel edelen of rijken bestaat, is dat wel in de kerkjes van de Lisu. Van een grote preekstoel met allerlei vergezochte symboliek is geen sprake. De voorganger staat achter een uiterst simpele katheder. Of de kerkbanken wel gemakkelijk genoeg zitten, komt niet ter sprake. Vrouwen dragen in de kerk een uiterst simpel petje. En de mannen zitten apart.

De Lisukerk in dit bergachtige gebied heeft de Bijbel als enige bron voor de verkondiging. Zij verkeert nog in een pril stadium. Als ik aan een predikant vraag of de kerk een confessie heeft, antwoordt hij ontkennend. „De kerk dient alleen de Bijbel te gebruiken. Als mensen andere stukken of symbolen leren kennen, houden zij er mogelijk ketterse leringen aan over." In elk geval blijkt dat een westerling die daar op zondagochtend een gereformeerde boodschap proclameert, op grote sympathie en bijval mag rekenen. Dat geeft moed.

Krakkemikkig

Een auto vervoert mij door een kronkelende rivierbedding in het Lisugebied. Uiteindelijk is er nog slechts sprake van een steenachtige, onverharde weg. Hoe hoger ik kom, des te smaller en slechter blijkt het pad te worden. Op het laatst brengt een trekkertje -met mogelijk maar één cilinder- mij via een steile helling verder naar boven. Af en toe slaat de motor af. Dan laat de chauffeur het vervoermiddel in de glibberige blubber achteruitrollen om het weer aan de praat te krijgen. Het randje van de afgrond komt soms erg dichtbij.

Ten slotte doemt een afgelegen dorpje op. Ik zie een houten kerkje. Van ramen of ruiten is geen sprake. Er zitten lichtgaten in de muur. Op het dak worden de extra stukken hout die lekkage moeten voorkomen door zware stenen op hun plaats gehouden. Grote kieren in de wanden geven de kerk aan alle kanten een krakkemikkig aanzien. Het gebouw is hard aan renovatie toe. Na mijn aankomst start de samenkomst in de kerk. De mannen en de vrouwen zitten gescheiden en zingen rustig. Muziekinstrumenten zijn er niet.

Nog een dorp

Op weg naar een ander dorp op een andere berghelling gaat de 'burgemeester' van het gebied mee. Een jofele, jonge kerel, maar hij is niet christelijk. Hij wil weten hoe het er in zijn territorium voorstaat. Het kerkgebouw heeft muren van klei. Die beginnen in de hoeken te wijken. Via de kieren komt licht naar binnen. De klei zuigt grondwater op, waardoor alles nat wordt. Het asfaltpapier op het dak is beschadigd en lekt. Het gebouw heeft een aarden vloer. Er moet een nieuwe kerk komen. Maar bouwmateriaal kost geld.

De kerk heeft geen stoelen. We zitten op simpele planken. Ze zijn zo laag dat kinderen er ook bij kunnen. Westerse volwassenen zouden er rugklachten van krijgen, maar daar hebben de Lisu kennelijk geen last van. In de winter valt hier sneeuw. De daksparren zouden stevig moeten zijn, maar ze zijn half vergaan. De burgemeester blijft buiten. Dat is triest. Maar het is indrukwekkend om een evangelist achter een wrak tafeltje te zien staan. Hij slaat de maat voor het zingen van de door Fraser gedichte christelijke liederen in het Lisu.

In een huis vlakbij krijg ik een maaltijd van rijst, gekookte eieren, druiven en appels. Het menu is afhankelijk van het seizoen. Een keer bleken er bij een bezoek zelfs verse honingraten beschikbaar. De vele vliegen krijg ik er in dit dorp gratis bij. Moeder leerde mij als klein jongetje dat ik m'n mond dicht moest houden als ik at en niet mocht smakken. Maar hier mag dat. Duidelijk hoorbaar. Omdat het zo lekker is. Lisu gooien ook alle afval, zoals velletjes, botjes, pitten en dergelijke, simpel op de grond.

Privileges

De regering van China is er toch op gebrand alle kerken te controleren? In de jaren vijftig van de vorige eeuw begon onder het communistisch regime de Beweging van de Drie Zelf. De overheid probeerde buitenlandse invloed op Chinese christenen tegen te gaan. Kerken dienden zichzelf te onderhouden, zichzelf te besturen en zelf hun eigen boodschap te proclameren. Maar dat alles onder supertoezicht van de atheïstisch georiënteerde staat. Als reactie ontstond er een 'ondergrondse' kerk.

De ontwikkelingen stonden niet stil. In sommige streken van China krijgt die Drie-Zelfkerk zonder veel moeite permissie om nieuwe kerken te bouwen. Als de groei dat nodig maakt. In andere regio's, aldus de deskundige Tony Lambert in "China voor Christus", „staan de plaatselijke autoriteiten nog steeds onder invloed van het maoïsme en stellen zich vijandig op tegen alle godsdiensten." Ze verhinderen de groei van de kerk en weigeren toestemming te verlenen aan plannen van christenen.

De bedehuizen van de Lisu en de Jingpo maken overigens geen deel uit van de Drie-Zelfkerken. Die twee bevolkingsgroepen komen meestal ook niet 'ondergronds' bijeen. Hoe is het dan mogelijk dat zij eigen kerken hebben? Dat komt omdat zij als minderheden privileges genieten. De Lisu wonen -net als minstens twaalf andere etnische minoriteiten- in een eigen arrondissement binnen de min of meer autonome Tibetaanse prefectuur Dêqên. Die maakt deel uit van de provincie Yunnan.

Zo kunnen minderheden -in redelijk overleg met de overheid van de autonome regio- hun kerkjes bouwen. Overigens is circa 70 procent van de mensen in de dorpen in het bezochte, bergachtige gebied nog altijd analfabeet. Het betekent dat ze sterk afhankelijk zijn van het luisteren naar het Woord van God. Aardbevingen en sneeuw beschadigen soms kerkjes, of doen ze in elkaar storten. Een van de bedehuizen is afgebrand. En de mensen zijn te arm om zelf te betalen.

Chinese minderheden leven in miserabele leegte

china3.jpgChristenen vonden de dood. Maar de ideologische leegte die overbleef, bleek miserabel. Minderheden leiden een gebroken leven in een geschonden land. Leiders van een particuliere school trachten te helpen. De RD-actie geeft geld voor de uitbreiding van dat werk.

Na en haar moeder zijn een van de vele gevallen. Zij horen bij de minderheden die van het Chinese platteland naar de stad trokken en die zich vaak niet laten registreren bij de overheid. Bijvoorbeeld omdat ze meer dan het toegestane aantal kinderen hebben. Een te groot gezin krijgt een forse boete. De migranten bivakkeren dus min of meer illegaal in de slums. De overheid probeert dat op te lossen door sloppenwijken te slopen en de bewoners ergens anders niet veel betere huisvesting te bieden.

Minderheden

De 'echte' Chinezen, de Han, maken 92 procent uit van de totale bevolking. China telt 56 kleinere etnische groepen met 494 niet-Chinese talen. „Ooit behandelden de Han andere etnische groepen als beesten", vertelt Soen, een van mijn Chinese relaties. „Ze wilden over hen heersen als over honden en barbaren. Toen de Volksrepubliek in 1949 werd uitgeroepen, heetten minoriteiten ineens "kostbare stenen". Hun sociale status steeg. Maar de overheid wilde hen wel controleren."

Na en haar moeder wonen in de autonome regio Guangxi. Het gebied huisvest de grootste Chinese minderheid: de Zhuang. Maar Peking stuurt veel Han-Chinezen naar Guangxi, waar zij met 62 procent de meerderheid vormen. Op die manier zegt de regering harmonie te willen bewerken. Maar praktisch gaat dat ten koste van de cultuur van de minderheid. Veel mensen kunnen hun taal nog wel spreken, maar jongeren kunnen er niet meer in schrijven. Want er zijn geen onderwijzers meer.

De voormalige communistische leider Mao Zedong ging op dezelfde manier te werk in Oost-Turkestan. In 1949 lijfde hij dat gebied in. Hij wilde het 'echt' Chinees maken en stuurde er veel etnische Han-Chinezen naartoe. Van lieverlee raakten de autochtone bewoners ingekapseld. Uiteindelijk werd hun eigen taal verboden. Tempels, moskeeën en islamitische scholen gingen dicht. Zo ver zijn ze in Guangxi nog niet. Maar Soen ziet zoiets in de toekomst wel gebeuren. Ze gruwt er van.

Soen: „In de dorpen waar de minderheden vandaan komen, vragen ouders aan een geest -doorgaans zijn ze animist- het pasgeboren kind te beschermen. Nog altijd gaan ze op belangrijke momenten te rade bij die geesten. Uit vrees voor de natuur. En door gebrek aan een gevoel van veiligheid. Er zou voor die kinderen en mensen sprake zijn van diverse beschermingsniveaus, in deze volgorde: geesten, de gemeenschap of de samenleving, de clan en ten slotte de ouders."

School

Drie zussen geven leiding aan een particuliere school. Hier kunnen 'niet-bestaande' kinderen van minderheden terecht. De school heet -vertaald in het Nederlands- Vat vol genade. Hij staat in een stad die deel uitmaakt van een gebied met 28 verschillende etnische minderheden. Aan de rand van de plaats liggen tal van slums. Op de school wordt geprobeerd het geloof in geesten te doorbreken en kinderen van minderheden leren er officieel Chinees. Om hen van hun minderwaardige imago te verlossen.

Meestal is het niet mogelijk in de Engelse les de Bijbel te gebruiken. Zelden zingen de kinderen tijdens de muziekles Engelse hymnes. Dat brengt te veel risico's met zich mee. Het is doorgaans te gevaarlijk. De autoriteiten laten het stichten van particuliere scholen toe. Maar ze oefenen tegelijk controle uit op het onderwijsprogramma. Toch kunnen de kinderen en hun ouders kennismaken met de Bijbel. Zij mogen het Evangelie horen. Maar dan in hun armelijk ogende optrekjes die de weidse naam "huis" dragen.

De schoolleiding gaat met beleid te werk. Ze ziet waar in de slums honger heerst en niet slechts of mensen geen eten hebben. Maar ze ziek ook of er sprake is van spirituele armoede en geestelijke eetlust. Waar dat het geval is, stelt ze een mp3-speler ter beschikking waarmee de vaak ongeletterde luisteraars de vier evangeliën kunnen beluisteren. Die zijn ingesproken in het Mandarijn. En waar er plaats voor is, stellen helpers later een verklarende, uitnodigende boodschap ter beschikking.

Gemeenschapscentrum

De school is gevestigd in een stad met 1 miljoen inwoners. Een kwart bestaat uit migranten. Van deze groep 'werken' de meeste mannen in het vuilnis. Of ze verrichten losse arbeid in een staalfabriek. Zij wonen doorgaans in slums. Kinderen van vier verschillende etnische groepen bezoeken de school. Hij ging in 2002 van start met 120 kinderen uit de sloppenwijken. In september van dit jaar kwamen er meer dan 700.

In de sloppenwijken heersen herkenbare problemen. Met de seksuele moraal nemen bewoners het niet zo nauw. Zo raken mensen in Guangxi besmet met aids. De provincie prijkt qua ernst van de problematiek als derde op de ranglijst van China. Dat blijkt een grote zorg. Er is ook sprake van andere gezondheidsproblemen. Iemand die werkt verdient 800 RMB (renminbi) per maand. Dat is ongeveer 90 euro. Een dag ziekenhuis kost 300 renminbi. Daarom gaan mensen naar occulte genezers en raken ze nooit uit hun armoe en duisternis verlost.

Het in Hongkong gevestigde schoolbestuur wil een gemeenschapscentrum op het schoolterrein bouwen met de mogelijkheid voor een naschoolse computeropleiding als ontmoetingsplaats voor leerlingen die hun opleiding voltooiden. En met een bibliotheek die door mensen uit de slums valt te gebruiken. En met een ruimte waar primaire medisch hulp beschikbaar is. Een van de drie zussen die de leiding hebben over de school heeft een medische opleiding. Haar man is arts.

De RD-actie wil voorzien in de kosten van de bouw van zo'n gemeenschapscentrum. Wat verwacht de leiding van de gemeenschapsruimte? „Het is de bedoeling om via de school en de nieuw te bouwen ruimte met kinderen, schoolverlaters en hun ouders in contact te blijven. Om ze in aanraking te blijven brengen met de Bijbel. Het gemeenschapscentrum is ook een soort uitvalsbasis voor 'huisbezoek'. Om zo nodig, en als dat wordt geaccepteerd, hulp te verlenen." Aan Na, en aan anderen.

Gebroken

Hoe ging het met Na? Zij leeft in een gebroken gezin. Zij volgde het onderwijs op de school. De leiding maakte het haar financieel mogelijk middelbaar onderwijs te volgen. Het 'gezin' vormt een voorbeeld van de troosteloosheid die de minderheden in de sloppenwijken bijkans regeert. Vader stierf in 2000. Moeder trok met Na naar de stad. Daar trouwde ze met meneer Di. Uit dat huwelijk werd een jongen geboren. Maar Di had ook omgang met andere vrouwen. Hij lijdt aan een geslachtsziekte.

Di sloeg moeder. Echtscheiding volgde. Er is geen ander huis. Het krotje is klein. Moeder en Na wonen achter, in het duister. Di woont met een 'nieuwe' vrouw voor. Maar moeder zelf is ook geen lieverdje. Ze moet nu eenmaal aan de kost komen. Zij 'werkt' 's avonds als een soort straatacrobaat. Ze houdt zich bezig met vuur eten. Ze loopt op eieren. Letterlijk. Zonder dat de eieren breken. Dat is ronduit occult. Het is niet zo'n wonder dat de moeder voortdurend last heeft van bijtende muizen.

Het is een wonder dat Na zich nooit zo heeft laten ontmoedigen dat ze stopte met leren. Alleen haar opleiding biedt haar toekomst. Elke dag komt ze tussen de middag thuis om voor het eten te zorgen. Ondanks het venijn en de haat die in het huishouden heersen. Ik ervaar dat, tijdens mijn bezoek. Di zegt iets lelijks. De moeder van Na vliegt hem bijna aan. En de dochter huilt. Midden in dat kabaal en die ruzie doe ik een gebed met Na. Om zonde te belijden. En om te smeken om genade in deze hel.

Gebonden

Minderheden leiden vaak een gebroken leven. En ze verkeren in een geschonden land. Met een gebonden kerk. Een van mijn Chinese contacten heet Liu Yan. Ze vertelt dat de officiële Drie-Zelfkerk uitsluitend op door de overheid goedgekeurde plaatsen en tijden diensten mag houden. Meer is niet toegestaan. Geen intensief pastoraat. Ook niet onder minderheden. Geen evangelisatie. Alleen vaste personen mogen -in een beperkt gebied- voorgaan. Liu Yan: „Wij werken niet samen met de Drie-Zelfkerk."

Liu Yan groeide op in Hongkong en deed eerst een commerciële studie, in Engeland. Ze volgde ook een managementtraining. Op een dag wist zij zich door God geroepen. „In 1997 ontving ik een heldere roeping. Ik moest Zijn kruis dragen. Eerst begreep ik het niet. Maar door intens bidden begreep ik dat Hij mijn leven wilde." Zij weet zich geroepen in de haar resterende tijd Chinese minderheden te dienen. En met blijdschap zegt zij: „Ik heb God veertien jaar lang de rug toegekeerd. Maar Hij verliet mij niet."

De stad waar ik Liu Yan ontmoet telt 800.000 inwoners. Zij herbergt minderheden. Er is één Drie-Zelfkerk. Maar die zit dan ook elke zondag vol, met minstens 700 mensen. Wel drie, vier, vijf keer zijn er diensten. Maar de secretaris van het kerkbestuur -benoemd door het staat- is geen christen. „Hoe dan ook", zegt Liu Yan, „het Evangelie wordt verspreid." Zij is overigens ook voorzichtig met huisgemeenten. „Sommige mensen gebruiken het christelijk geloof om geld te verdienen. Dan lopen buitenlanders in de val."

Gehavend

Ook de sociale contacten zijn onder de naar de stad getrokken, in slums wonende Chinese minderheden vaak slecht. Sedert het onheil dat het gezin van Chen in 2004 trof, is vader psychisch totaal in de war. Een van z'n jongens moest van school af om op hem te passen. Chen durft niet eens meer de straat op. Hij is bang dat de mensen hem uitlachen. Intussen moet het gezin wel eten. Maar de beschikbaarheid van voedsel is afhankelijk van de vraag of moeder ergens enig tijdelijk werk heeft gevonden. Wat een 'heilstaat'!

Ik breng ook een bezoek aan het gezin van Yu. Hij heeft een zoon van zijn eerste vrouw, die is overleden. Hij trouwde opnieuw. Er werd een tweede zoon geboren. De tweede vrouw bleek niet in staat de armoede te trotseren. Zij nam de benen. En daar zat Yu, met twee zoons. Ze verhuisden naar een kleine, illegale woonplek. De jongetjes, kinderen nog, proberen voor eten te zorgen. Alles is oud en smerig. En te midden van de vuiligheid wemelt het van de vliegen.

De sloppenwijken zijn niet slechts vol illegaal wonende minderheden, maar ook vol ellende. Ik ontmoet Li Yan Mei. Hij mag naar school. Moeder is zwakbegaafd. Twee lange geelachtige stompjes steken als slagtanden uit haar mond. In het krot van Xue is het niet beter. Het vertrek is te ellendig om de naam huis te dragen. Xue bezoekt de school. Ze is een van de acht kinderen. Een van hen is verkocht. Volgens de overheid zijn het er zes te veel. Moeder is gokverslaafd. Vader 'doet' in vuilnis.

Midden in die gehavende situatie van de krottenwijk ontmoet ik het gezin Wei. Het lichaam van moeder Wei telt tal van littekens door brandwonden. Onder leiding van haar grootvader leerde ze prima schrijven. Ze kan ook goed naaien. Maar ze heeft niet altijd werk. Haar man is hartpatiënt. Het echtpaar kwam tot geloof. Maar de vrouw maakt zich zorgen over de toekomst. We hebben samen gebeden. Wat waren ze blij met het onverwachte bezoek van een broeder van ver weg.

Mevrouw Wei mocht via de school een computercursus volgen. En als het RD-project is voltooid en het gemeenschapscentrum is verrezen, gaat ze zorgen voor de bibliotheek. Dat wordt haar job. Of ze dat werk echt kan gaan doen, hangt mede af van giften uit Nederland.

Wonderen in een communistisch land

china4.jpgMei (47) en Sun (37) zijn elke dag bezig met het vertalen van het verkorte Bijbelcommentaar van Matthew Henry in het Chinees. De twee Chinese vrouwen zetten zich met hart en ziel in voor het vertaalwerk. Ooit zei haar echtgenoot tegen Mei: „Die Bijbel gaat eruit of jij gaat eruit." Zij kon Gods Woord niet missen. „Toen heb ik voor God en de Bijbel gekozen." De RD-actie 2008/2009 "Steun christenen in China" leverde 328.706,86 euro op. De daarmee gefinancierde vertaling van Henry's commentaar op het Nieuwe Testament is bijna gereed. De vertaalsters beginnen dit jaar met het commentaar op het Oude Testament.

China stond op het ogenblik van de afronding van de actie op nummer 12 van de ranglijst christenvervolging van Open Doors. Desondanks gaf de Chinese overheid recent toestemming om het commentaar van Matthew Henry op de vier evangeliën legaal te publiceren. Dat was prachtig. Zou het lukken om ook de hele oplage van Henry's aantekeningen bij de andere nieuwtestamentische Bijbelboeken 'bovengronds' te drukken? Met het door de RD-abonnees geschonken geld is meer mogelijk dan vertalen. Zo zijn er twee complete toerustingcursussen op touw gezet. Elke cursus bestaat uit negen sessies van zeven dagen. In totaal krijgen twee keer circa vijftien voorgangers van huisgemeenten 63 dagen les, onder andere in de gereformeerde geloofsleer en de exegese. Een van de twee cursussen was eind vorig jaar reeds afgerond. De eerste sessie viel in de zaaitijd. Hoewel de voorgangers van de huisgemeenten vaak eigenlijk gewoon boertjes zijn, was het aantal deelnemers groter dan aanvankelijk begroot. Inmiddels is ook de tweede cursus van negen sessies begonnen.

Politieauto

De 'ondergrondse' toerustingsbijeenkomsten zijn tot op heden niet verstoord. Eén keer scheelde het niet veel, of het ging mis. Een Europese predikant gaf les aan voorgangers toen een politieauto het pand naderde. Direct verstopte de docent het lesmateriaal achter een paar losse tegels van het plafond. De nog buiten staande dienders wilden weten wat er binnen gebeurde. Klip-en-klaar vertelde de eigenaar van het pand hun over toerusting van voorgangers in de geloofsleer. De politie begon ongelovig te lachen. Als dat echt waar was, zou de huisbaas het immers niet ronduit zeggen. De agenten dropen af. De voorgangers wisten dat God een wonder had gedaan.

Cursisten

Chen woonde alle negen sessies van de eerste toerustingscursus bij. Hij werkt in de gezondheidszorg, maar is tegelijk voorganger in een huisgemeente. Hij vindt onderwijs geven en preken niet gemakkelijk. „Het is soms moeilijk vragen te beantwoorden van de bezoekers van de samenkomst. Vragen zoals: „Hoort God altijd het gebed?" Er zijn bovendien gedeelten in de Bijbel waarvan de bezoekers van de huisgemeenten helemaal niets snappen." Zo komt het dat Chen de toerustingcursus als heel nuttig ervaart. „Ik doe meer kennis op van de geloofsleer en door de aandacht voor exegese leer ik ook beter hoe ik preken moet." De grootouders van Yu waren christenen. Desondanks bracht Yu het tot pionier bij de Communistische Partij. „In 1997 kwam ik echter tot bekering. Toen was ik 19 jaar. Voor die tijd was ik niet meer dan een naamchristen. Maar ik gevoelde de verlichting van de Heilige Geest. Toen werd de Bijbelse leer de ervaring van mijn hart." Nu is Yu leider van een huisgemeente. Zo'n 200 mensen –onder wie circa 40 kinderen– komen elke zondag bijeen in een gehuurd kantoorgebouw. „De overheid doet ons geen kwaad. Dit gebied is vanouds christelijk. Dat dwingt de overheid hier iets meer tolerant te zijn dan elders."

Kerkbouw

Met het via het RD bijeengebrachte geld werd bovendien de bouw betaald van vier kerken voor de etnische minderheid van de Lisu. De Lisukerken ontstonden door het werk van James O. Fraser (1886-1938). Zijn dochter, Eileen Crossman, beschreef in "Als het regent in de bergen" hoe haar vader ervan overtuigd raakte dat hij naar China moest. Na verloop van tijd namen velen afscheid van demonen en afgoden. Nieuwe belijders waren bereid de rijstwhisky te laten staan. Er werden Lisu gedoopt. James voelde zich soms „lusteloos en zwak, alsof zijn voeten onder hem weggleden." Toch ontstonden er plaatselijke christelijke gemeenten. Etnische minderheden genieten privileges. Daarom is het ook mogelijk nieuwe kerken te bouwen. Zo kregen de Lisu officieel toestemming voor het bouwen van nieuwe kerken in LuoZuoLuo, CiLiDa, Zhong Lu en NingLang. De prijs om zo'n kerk te bouwen, is in vergelijking met de kosten in Europa ongelooflijk laag. Ik heb ter plekke geconstateerd hoe blij de mensen waren met hun nieuwe bedehuizen. De Lisu wonen vaak in de bergen. LuoZuoLuo bij voorbeeld ligt op 2500 meter hoogte. Het is bereikbaar via een bochtige, hobbelige en steile weg. Dergelijke kerken liggen vaak ver bij de bewoonde wereld vandaan. Enkele jaren geleden zag ik de oude, houten kerk van Luo ZuoLuo, vol scheuren en kieren. Deze is afgebrand. Dat gebouwtje was, vergeleken bij deze nieuwe kerk, die er nu zowel vanbinnen als vanbuiten mooi uitziet, een bouwval. Toch is ook de nieuwe kerk eenvoudig van opzet. Van fraaie gebeeldhouwde banken is geen sprake. De kerkgangers zitten op een soort tuinbankjes, drie latjes met een leuninkje van drie latjes. Ook staat er geen pompeuze preekstoel. Een eenvoudig kathedertje is genoeg. Vrouwen en mannen zitten apart in de kerk. Vrijwel alle vrouwen hebben een simpel blauw petje op. De kerk in het dorp CiLiDa was zelfs met de auto niet te bereiken. De paden waren steil, de bochten soms scherp en eng. Ook hier had ik de oude, nu afgebroken kerk gezien. Nu staat er een mooi stenen gebouw. Bestand tegen een vrij hoog cijfer op de schaal van Richter, die de kracht van aardbevingen registreert. Evenals de kerk te LuoZuoLuo. In Zhong Lu stonden zo'n honderd mensen te wachten –niet meer, omdat het oogsttijd was...– om ons een hand te geven. De gemeente telt zo'n 800 zielen. De oude kerk stond zo ongeveer op instorten. Wat waren de mensen blij met hun nieuwe bedehuis.

Gemeenschapscentrum

Het inmiddels ook verrezen gemeenschapscentrum behoort bij een door christenen geleide, particuliere school in een grote stad met veel minderheidsgroepen. Kinderen ontvangen geen onderwijs als ze niet door de overheid geregistreerd zijn. Hun ouders hebben de overheid geen toestemming gevraagd om zich in die stad te vestigen. Ook het feit dat een gezin soms voor Chinese maatstaven te veel kinderen heeft, leidt ertoe dat mensen verhuizen en zich niet laten registreren. Het gevolg is dat er slums ontstaan. Om in de nood van die kinderen te voorzien, is er sprake van een particuliere school. Ouders kunnen terecht in het gemeenschapscentrum.

Bibliotheek

Het doel is contact te houden met kinderen die de school verlaten en hun ouders. Zo'n blijvende relatie vormt een mogelijkheid om hen met de Bijbel in aanraking te brengen. In het centrum is een beginnende bibliotheek gevestigd. Er is ook een ruimte waar medisch hulp wordt geboden aan kinderen en ouders. Een van de initiatiefnemers heeft een medische opleiding. Tevens gaat er Engelse les van start. In een aantal vertrekken van de nieuwe ruimte kunnen kinderen slapen. Er zullen er zo'n vijftig overnachten, omdat het ouderlijk huis van sommigen te ver van de school staat om steeds heen en weer te lopen. Het is gelukt de projectdoelen van de RD-actie 2008/2009 "Steun christenen in China" te realiseren.