Donaties
Iedereen kan het werk van de Stichting Draagt Elkanders Lasten steunen.
Stort uw giften op:
giro: 29.70.700
of op:
bankrekeningnummer
65.32.60.008 (ING Bank)
ten name van
Draagt Elkanders Lasten te Apeldoorn.
Afrika 2004
Water voor Afrika
Stelt u zich voor: u staat ergens in het binnenland van Afrika. Bij de bron van een grote rivier. Vrij snel na het begin vormt zich een klein modderig meertje. Daar drinken mens en dier. Daar wassen mens en dier zich. Daar laten mens en dier hun uitwerpselen achter. De gevolgen zijn catastrofaal. Ziekten verspreiden zich. Mensen raken ziek. Velen sterven.
De 31e najaarsactie van het Reformatorisch Dagblad was gericht op de beschikbaarheid van zuiver water, in de heenwijzing naar het levende water. Voor mensen in Burkina Faso, Ethiopië, Uganda en wellicht ook Kenia. Het RD werkte in dit project samen met de stichting Woord en Daad, de Gereformeerde Zendingsbond, de organisatie Dark and Light Blind Care en het deputaatschap Bijzondere Noden van de Gereformeerde Gemeenten. Zij maken alle deel uit van het Prisma-platform.
Actie Afrika 2004: aan onze abonnees
Bij de nu begonnen actie gaat het opnieuw om druppels. Of liever om hele waterstromen. Overleg met Prisma, koepelorganisatie van christelijke hulporganisaties, heeft ertoe gebracht te kiezen voor het thema "zuiver water". En alles wat daarmee samenhangt. Ziekten, hongersnood en veel andere catastrofale en levensbedreigende problemen. Daarbij gaat het om onderwijs over hygiëne, zorg voor blinden, het neerzetten van windmolens, het graven van waterputten enzovoorts.Als projectgebied is gekozen voor Afrika. Voor mensen in Burkina Faso, Ethiopië, Uganda en mogelijk Kenia. Water kan mensen –zeker als God de middelen zegent– in het leven houden. Behoeden voor ernstige kwalen die hen levenslang beschadigen. Is het niet de moeite waard als door uw bijdrage –een druppel, of meer– één mens, een kind misschien, van de dood gered wordt? Als een volwassene, of een kind, gewezen wordt op het Woord en het levende water?
Tweederde van de aarde is bedekt met water. Van die watervoorraad –in totaal circa 1,37 miljard kubieke meter– is nog niet één procentje zoet. De rest bestaat uit zeewater en poolijs. Van dat beetje zoete water bevindt zich bijna 50 procent dieper dan 800 meter in de bodem. Daardoor is het praktisch niet aan te boren en te gebruiken. Het resterende gedeelte bestaat voor een deel uit bereikbaar grondwater. Er is water. Niet overal even veel. Maar mensen moeten het kunnen bereiken, aanboren, om er beter van te worden. Graaft u mee? De dankdag ligt nog maar kort achter ons. Ook in Nederland zijn mensen die het niet breed hebben. Niemand hoeft zo veel te geven dat hijzelf en zijn gezin honger gaan lijden. Maar veel lezers van het Reformatorisch Dagblad hebben over. Maakt een klein beetje liefde tot de Heere en Zijn dienst niet bereid om te delen met mensen die dreigen allerlei kwalen en zelfs odelijke ziekten op te lopen? Niemand moet geven. Maar ieder mag meehelpen. Geef druppeltjes of emmers vol. Als een getuigenis dat de Allerhoogste mensenharten verandert, vernieuwt. Tot dienst aan de naaste.
Stort uw gift op gironummer 29.70.700 of op bankrekeningnummer 65.32.60.008 (ING Bank) van Draagt Elkanders Lasten te Apeldoorn (via deze stichting wikkelt het RD zijn acties af).
Drinken uit een modderige vijver
Het lijkt zo vanzelfsprekend. Even de kraan opendraaien om de ergste dorst te lessen. Een halfuur onder een hete douche staan om weer warm te worden. Met een hogedrukreiniger de nieuwe Mercedes te lijf gaan. In Afrika kunnen ze daar alleen maar van dromen. De waterleiding bestaat daar veelal uit niet meer dan een smerig riviertje waarin het vee zijn behoefte doet. Of een stinkende modderpoel waarin bacteriën welig tieren. Water drinken is altijd een risico en kan zelfs je dood betekenen. Maar wat moet je anders?
Auteur: Mr. Richard Donk
"Voorlopig twee uur wachten." De Zuid-Afrikaanse zendingspiloot Max staart bezorgd naar de loodgrijze lucht boven Kampala. Felle tropische buien teisteren de landingsstrip, net buiten de dolgedraaide hoofdstad van Uganda. Dreigende, laaghangende wolken onttrekken de heuvels langs de baan grotendeels aan het gezicht. "Met dit weer wil je liever beneden dan daar boven zijn."
Korte tijd later verdrijft de Afrikaanse zon de bewolking en klaart het in snel tempo op. Weldra kiest het MAF-toestelletje het luchtruim. De eindbestemming is Kotido, in het hart van het onherbergzame en gewelddadige Karamojoland. "Vandaag ben ik buschauffeur", grinnikt Max. "Vier stops onderweg. Hier iemand afzetten, daar weer een paar passagiers meenemen."
Blubberige massa
Als na tweeënhalfuur eindelijk Kotido in zicht komt, stuift een dicht regengordijn recht op het eenzame vliegtuigje af. De neerslag striemt tegen de cockpitruiten. Enkele honderden meters lager is het landschap in een blubberige, natte massa veranderd. Alsof er zojuist een enorme overstroming heeft plaatsgehad. Gebrek aan water?
Twee keer vliegt de MAF-piloot op geringe hoogte over de ondergelopen landingsstrip. Dan raakt hij met de wielen even de baan om de hardheid van de bodem te testen. Bij de vierde poging zet hij eindelijk het toestel aan de grond. Een fontein van bruin water spuit langs de ramen. Aan het eind van de "runway" raakt de Cessna in een slip. Vol gas laat Max het vliegtuig 180 graden draaien om weer op het verharde gedeelte van de strip terecht te komen.
Een volle drie kwartier blijft de vlieger wachten. Tot de regen enigszins in de drassige bodem is weggezakt. Ondertussen struint hij de landingsbaan af, op zoek naar kuilen, plassen en andere gevaarlijke plekken. In wolken van water en modder stijgt hij ten slotte weer op. Zal hij het aandurven om ons twee dagen later op dezelfde plek weer op te pikken?
Nieuwsgierig komt een aantal Karamajong dichterbij om het vliegtuig te bekijken. De mannen zijn slechts gehuld in rood met blauw gekleurde wollen dekens. Kinderen hebben vaak helemaal niets aan hun lijf. De meeste krijgers weigeren ook consequent om iets anders dan hun traditionele kleding aan te trekken. Pogingen van het regeringsleger om de inwoners van Karamojoland enkele jaren geleden te verplichten westerse kleren te dragen, stuitten op veel verzet. De militairen wilden met de maatregel voorkomen dat de Karamajong wapens onder hun gewaad zouden verbergen.
Honderd euro
Wapens zijn in Karamojoland even gewoon als de traditionele herdersstokken die de mannen bij zich dragen. "Er wonen ongeveer 900.000 mensen in dit gebied en er zijn naar schatting 100.000 kalasjnikovs in omloop", vertelt Frans Davelaar, die voor de Gereformeerde Zendingsbond in Kotido is gestationeerd. "Voor omgerekend 100 euro kun je een automatisch geweer aanschaffen. Voor de mensen hier komt dat neer op één koe verkopen."
De Karamajong dragen de wapens bepaald niet voor niets. Al jarenlang wordt het noordoostelijke deel van Uganda geteisterd door gewapende veediefstallen. Tegenwoordig deinzen bandieten er ook niet voor terug om auto's te overvallen. Vervoer over de weg is daardoor een uiterst riskante aangelegenheid geworden. "We hebben in de afgelopen jaren al diverse medewerkers van de kerk verloren", vertelt Davelaar. "Vroeger hielden ze de wagen aan en dwongen je dan je geld af te geven. Tegenwoordig schieten ze eerst en kijken daarna wat er te halen valt."
Het aanhoudende geweld en de enorme onveiligheid drukken dan ook een zwaar stempel op Karamojoland. Van ontwikkeling is nauwelijks sprake. Elektriciteit ontbreekt, medische voorzieningen staan op een dramatisch laag peil, geasfalteerde wegen zijn hier een onbekend fenomeen. "In deze regio verdienen de mensen ongeveer de helft van het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking in Uganda - en dat is al niet veel", aldus Davelaar.
Vieze vijver
Maar wellicht het grootste probleem voor de Karamajong is het gebrek aan water, althans aan schoon en veilig water. Neem Miriam Ochero. Voor de tweede keer die dag heeft ze 5 kilometer gelopen naar een grote vijver buiten haar dorpje Rengen, in het hart van Karamojoland. In de regentijd is het zelf gegraven gat een paar weken gevuld. Voorzichtig dompelt ze haar knalgele jerrycan in het bruine water. Een paar jongetjes drinken ondertussen gretig uit de vieze vijver. Twintig liter van het levensvocht torst Miriam op haar hoofd mee. Opnieuw een uur onderweg naar huis.
Hoewel - levensvocht? Ook de koeien van de Karamajong worden hier gedrenkt. En doen hun behoefte in het troebele water. Een groepje vrouwen wast hun kleding in de vijver. Een dun laagje zeepsop schittert in de tropenzon. Ook de talloze muskieten vermaken zich prima in het stilstaande vijvertje. Het modderwater is een welkome broedplaats voor de malariaverwekkers.
"In het regenseizoen gaat het nog wel", zegt Miriam. "Dan staan de vijvers vol. Hoewel de zon alles ook weer zo heeft verdampt. Maar in de droge tijd moeten we een paar keer per dag 10 kilometer lopen naar de pomp in het volgende dorp. En natuurlijk gaat de lokale bevolking voor. Dus vaak komen we helemaal niet aan bod. Dan halen we noodgedwongen water uit de rivier. Dat is nog veel slechter van kwaliteit. Of we moeten water kopen in de stad. Veel mensen kunnen dat echter niet opbrengen."
Terugkerend ritueel
Op de weg naar het dorpje Rengen lopen tientallen vrouwen met een jerrycan op hun hoofd. Een terugkerend ritueel dat een groot deel van de dag vult. De ondergaande zon werpt lange schaduwen over de roestbruine Afrikaanse aarde en hult de grillige rotsen langs de weg in een geheimzinnig licht.
Het dorpje zelf is een vesting. De inwoners hebben een ondoordringbare haag van in elkaar gevlochten takken om hun woonplaats gemaakt. Om veedieven en ander gespuis buiten te houden. "'s Nachts houden gewapende mannen de wacht", vertelt Miriam. "Wij slapen zelf bewust niet voor de ingang van onze hut. Dat verkleint het risico dat we door een vijandelijke kogel worden geraakt."
Rokerige vuurtjes vullen de lucht in het dorpje met die typische geur die zo kenmerkend is voor Afrika. Op een geïmproviseerde barbecue ligt een geitenkop te roosteren. Naakte kinderen vermaken zich in de diepe plassen die de regen heeft achtergelaten. Twee vrachtwagenchauffeurs liggen onder hun kapotte voertuig te slapen, wachtend op reserveonderdelen die misschien pas over een week zullen arriveren. De mannen leunen op hun herdersstok en staren bedachtzaam naar het blanke bezoek.
"Wij worden voortdurend ziek van dit water", zegt Miriam, terwijl ze haar volle jerrycan voor haar woning op de grond zet. Zelf maakt ze deel uit van een vrouwengroep die de mededorpelingen bewust wil maken van de gevaren die aan het slechte drinkwater kleven. "We proberen de inwoners ertoe te bewegen het water op z'n minst te koken voor ze het drinken. Maar daar willen ze niet aan. Koken kost brandhout en ze zijn het bovendien niet gewend. Veel mensen hebben een soort gelatenheid over zich: de situatie is nu eenmaal zo en dat zal ook niet veranderen."
Oogkwalen
Paul Owily weet ervan mee te praten. In Kotido, een ingedut wildweststadje, runt hij een kleine kliniek. "Bijna de helft van de ziektes die wij hier behandelen wordt door slecht water veroorzaakt", legt hij uit in zijn Spartaans ingerichte kantoortje. "Dan gaat het om allerlei infecties, diarree en wormen. Ook oogkwalen hebben een direct verband met water. Omdat mensen niet voldoende water hebben, wassen ze hun gezicht niet, waardoor ze bloot staan aan oogaandoeningen. De vele vliegen verspreiden de ziektes bovendien extra snel."
Ook het ziekenhuisje zelf kampt met een gebrek aan water. In de regentijd wordt het hemelwater in een grote kunststof tank opgevangen. Ook beschikt het hospitaal over een handpomp. Maar genoeg is er nooit en ook de kwaliteit laat ernstig te wensen over. Toch wordt dit water ook aan de patiënten voorgezet en wordt het voor operaties gebruikt, zegt Owily.
In de kraamkamer drinkt een zojuist bevallen vrouw uit een plastic beker. Haar baby ligt, diep weggestopt in een wollen deken, naast haar op het matras. Haar echtgenoot is nergens te bekennen. Een klein kind dat aan hersenmalaria lijdt ligt aan een infuus dat aan haar hoofd is bevestigd. "Allemaal regenwater", wijst Paul Owily veelbetekenend.
Dat de regentijd ook zo weer voorbij kan zijn, blijkt twee dagen later. De plassen zijn verdwenen. De zon put de waterreservoirs in snel tempo uit. Lange rijen vrouwen sjokken naar de handpomp. Maar ook de landingsbaan is weer droog. In een wolkje stof raken de wielen van het zendingsvliegtuigje de grond. De blubber van de vorige keer zit nog op de witte romp.
Vandaag start de Erdee Media Groep zijn traditionele najaarsactie. Ditmaal gericht op een aantal waterprojecten in vier Afrikaanse landen. Om mensen als Miriam Ochero van voldoende en schoon drinkwater te voorzien. Helpt u mee? Want water is van levensbelang!
Een zeker recept voor ziekte
Een groot deel van de patiënten huist noodgedwongen op de gang. Twee kinderen in één bed is heel normaal. Om over de hygiëne in het Yalgado Ouedraogo-hospitaal in de Burkinese hoofdstad Ouagadougou nog maar te zwijgen. Dr. Chantal Zoungrana: "Ik durf het water in dit ziekenhuis niet te drinken."
Loodgrijs hangt de lucht boven Ouagadougou. Af en toe schiet een felle bliksemschicht uit de dreigende wolken. De vochtigheid ligt als een deken over de stad. De Burkinezen lijkt het echter niet te deren. Bij tienduizenden banen ze zich een weg door de brede straten. Handelaren stoken onverstoord hun vuurtjes midden op de weg. Auto's rijden er toch bijna niet. Goederen worden voornamelijk per ezel vervoerd. En mensen verplaatsen zich massaal op fietsen of stinkende brommers.
Ouagadougou is een enigszins schizofrene stad. Op het eerste gezicht typisch Frans, met ruim opgezette boulevards, statige lanen en Franse verkeersborden. Maar schijn bedriegt. Ouagadougou is in feite niet meer dan een groot Afrikaans dorp. Met grote openluchtmarkten, vervallen gebouwen en wegen vol gaten en kuilen. De armoede straalt overal van de golfplaten af.
Chaos
Met het Yalgado Ouedraogo-hospitaal is het al niet veel beter gesteld. Het universitair ziekenhuis is het grootste van het land en in theorie het best geoutilleerd. Maar achter de massieve façade van het 64 jaar oude gebouw in het centrum van Ouagadougou heersen chaos en gebrek.
De lange, kale gangen van het hospitaal liggen vol met patiënten. Complete gezinnen leven tijdelijk op een matje van één bij twee. Kookgerei, voedsel en kledingstukken staan ordelijk tegen de ziekenhuismuur opgestapeld. Infusen hangen aan roestige standaards. Zo nu en dan klinkt het klaaglijk gehuil van een zieke baby.
Op de eerstehulpafdeling buigen medici zich over kinderen die zojuist zijn binnengebracht. Artsen en verpleegsters rennen door elkaar heen, terwijl ouders bezorgd toekijken. Twee jongetjes met hersenmalaria liggen buiten kennis op één brancard. Een grote zuurstoffles staat naast de behandeltafel. Hun moeders staan er zwijgend bij.
"We krijgen alleen al op de kinderafdeling 1000 patiënten per maand en we hebben slechts 30 fatsoenlijke bedden", vertelt kinderarts Chantal Zoungrana in haar krap bemeten spreekkamer, die ook regelmatig als slaapplaats dienstdoet. "Die bedden proberen we te reserveren voor de spoedgevallen. Maar zelfs dan kunnen we lang niet iedereen kwijt. Twee of drie mensen in één bed is bepaald geen uitzondering."
Opereren
Vooral in de regentijd krijgt het ziekenhuis een enorme stroom patiënten te verwerken, vervolgt dr. Zoungrana. "Het overgrote deel lijdt dan aan een vorm van malaria. In het droge seizoen krijgen we met name mensen met darmaandoeningen. Doordat ze gedwongen zijn slecht water te drinken, lopen ze infectieziektes als diarree en cholera op."
Maar ook de kwaliteit van het drinkwater in het hospitaal zelf houdt niet over, aldus de kinderarts. "Ik durf het water in dit ziekenhuis niet te drinken. Toch wordt het ook voor operaties en infusen gebruikt. Als je niets anders hebt, zul je wel moeten."
Zou Chantal Zoungrana zich zelf in het Yalgado Ouedraogo-hospitaal laten opereren? Lange tijd aarzelt de Burkinese dokter. Ten slotte antwoordt ze voorzichtig: "We hebben hier echt wel kundige mensen. Veel professoren van de universiteit zijn deels in het buitenland opgeleid. Dus met de medische vaardigheden zit het wel goed. Het belangrijkste voor mij is dat ik een goed bed heb als ik in het ziekenhuis beland."
Is het in de hoofdstad al niet best met de watervoorziening gesteld, op het Burkinese platteland is de situatie nog veel nijpender. Zodra de contouren van Ouagadougou uit het zicht raken, lijkt ook het laatste restje luxe en comfort verdwenen. Een onverharde weg slingert zich door weelderig groen oerwoud naar het zuiden. Vrouwen waden door het water van overstroomde bruggen; zwaarbeladen brommers werpen een fontein van druppels op.
Saddam Hussein
In het dorpje Taga staat een grote groep vrouwen rond de enige pomp die het plaatsje rijk is. Om beurten hanteren ze de stalen zwengel. Het water bruist in de talloze potten, pannen en emmers die rond de pomp staan. Een jongetje springt vrolijk rond in een knaloranje T-shirt met de beeltenis van Saddam Hussein erop. Hij heeft geen flauw idee wie Saddam is. Na lang nadenken weet een van de dorpelingen te melden dat hij de president van Irak is. Blijkbaar is het wereldnieuws hier nog niet geheel doorgedrongen.
"Ik kom hier zeven tot tien keer per dag", vertelt de vijftigjarige Seta, terwijl ze haar jerrycan vult. "Vier jaar geleden moesten we nog elke dag naar de rivier lopen om water te halen. Daar had je een complete dagtaak aan. Bovendien waren we heel vaak ziek door het vieze water. Nu is het veel dichterbij en hebben we ook minder gezondheidsproblemen."
Seta is de vierde vrouw van haar echtgenoot. De meerderheid van de Burkinese bevolking is islamitisch, waardoor polygamie wijdverbreid is. Nu het dorp over een eigen pomp beschikt, heeft Seta tijd om naar de markt te gaan om olie, aardnoten en maïs te verkopen.
De gemeenschap heeft de waterdistributie goed georganiseerd, vertelt dorpsoudste Bieyn Drissa. "Jaarlijks moet elke man 1500 frank (bijna 2,5 euro, RD) betalen voor onderhoud van de pomp. Wie niet betaalt, mag geen gebruik van de pomp meer maken. We hebben een onderhoudsteam van drie man en een secretaris die de administratie bijhoudt."
Gift aannemen
Van de Burkinese regering hoeven de 800 inwoners van Taga geen steun te verwachten, zegt "chief" Drissa. "De overheid heeft geen geld om pompen ter beschikking te stellen. Af en toe helpen ze ons met gratis vaccinaties of ploegen. Maar daar blijft het dan ook bij."
De waterpomp in Taga is gebouwd door Credo, een christelijke partnerorganisatie van Woord en Daad. Heeft de dorpsoudste er geen bezwaar tegen hulp van een christelijke instantie te ontvangen? "Dat is geen enkel probleem. We zijn allemaal menselijke schepselen. Er zijn geen barrières tussen ons. Als iemand een oprecht persoon is, kan ik zijn gift altijd aannemen."
Het kan ook anders, zo blijkt in het nabijgelegen dorpje Benaverou. Een meisje drijft een kudde koeien de rivier in. De dieren drinken gulzig van het bruine water en doen ondertussen hun behoefte. Nog geen 20 meter verderop doen twee vrouwen de was in het stroompje. Een derde staat te wachten om een grote aluminium schaal met drinkwater te vullen. Een zeker recept voor ziekte.
Opereren met een vliegenmepper
In sommige delen van het Ethiopische platteland kampt meer dan 70 procent van de bevolking met de oogziekte trachoom. Als de aandoening niet op tijd wordt behandeld, raakt het hoornvlies na verloop van tijd beschadigd en wordt de patiënt uiteindelijk blind. Toch is de kwaal gemakkelijk te voorkomen. Dokter Kefyalew Regassa: "Het is in feite simpelweg een kwestie van regelmatig je gezicht wassen. Maar dan wel met schoon water. En daar zit nu juist het probleem."
Drie dagen is Gete Gebrear onderweg geweest. Eerst te voet, vanuit haar dorpje naar de dichtstbijzijnde stad. Daarna met de bus naar Butajira, zo'n 200 kilometer ten zuiden van Addis Abeba. Haar dochter heeft haar vergezeld naar de oogkliniek Grarbet Ledekuman, die wordt ondersteund door de Nederlandse stichting Dark & Light Blind Care. Haar moeder verloor het zicht in beide ogen en kon daardoor niet alleen reizen.
De hal van het kliniekje is overvol. Tientallen Ethiopiërs melden zich op maandagmorgen voor onderzoek en behandeling. De zweetlucht is overweldigend. Velen hebben tientallen kilometers gereisd en sjouwen hun hele hebben en houden met zich mee. Sommigen hebben zich op de grond uitgestrekt om een dutje te doen. Vrouwen slaan met hun omslagdoek om zich heen om de overal aanwezige vliegen weg te jagen.
Blindheid
In zijn spreekkamer onderzoekt dokter Kefyalew Regassa de 68-jarige Gebrear. Lang hoeft hij niet te kijken. "Het ene oog is blind", stelt hij na korte tijd vast. "Daar kunnen we niets meer aan doen. Aan de andere kant lijdt deze vrouw aan staar. Ik kan zien dat ze al een keer is geopereerd, maar ze zal nog een keer onder het mes moeten, wil ze ooit nog wat kunnen zien."
Staar is een veelvoorkomende aandoening, vertelt de Ethiopische oogarts. Maar verreweg de meeste patiënten die hij krijgt, lijden aan trachoom. "Het is een soort chronische bindvliesontsteking, veroorzaakt door een bacterie", legt Regassa uit. "Daardoor ontstaat op den duur littekenweefsel achter het ooglid, wat tot gevolg heeft dat het ooglid naar binnen trekt. De oogharen en het littekenweefsel schrapen als het ware over de oogbol, waardoor het hoornvlies ernstig beschadigt. Hier in Ethiopië is trachoom de meest voorkomende oorzaak van blindheid."
Trachoom komt vooral in ontwikkelingslanden voor, als gevolg van slechte hygiëne en ondervoeding, aldus dr. Nico Dekker. De Nederlandse oogarts is op bezoek in Butajira om het werk in de Grarbet Ledekumankliniek te evalueren. "In Nederland ben ik het nooit tegengekomen, zelfs niet onder allochtone jongeren."
Onzin
Toch is trachoom relatief eenvoudig te voorkomen, zegt dokter Regassa terwijl hij op een grote poster boven zijn bureau wijst. "Hoe je ogen gezond blijven", meldt het affiche. "Houd je ogen schoon om infectie te vermijden. Eet voedsel dat voldoende vitamine A bevat en ga op tijd naar de dokter als je vermoedt dat je een oogaandoening hebt." "Het is in feite simpelweg een kwestie van regelmatig je gezicht wassen. Maar dan wel met schoon water. En daar zit nu juist het probleem", aldus de arts.
Dat blijkt even later op het platteland. In een smal stroompje doet een groepje vrouwen de was. Iets verderop lopen een paar koeien door het water. Intussen vult een klein meisje een jerrycan met drinkwater. "Mensen hebben al geen traditie van gezicht wassen", legt dokter Regassa uit. "Ze vinden het maar onzin als wij hun over de noodzaak van hygiëne vertellen. En als ze hun gezicht al wassen, moet het met dit vieze water, waarin de beesten hun behoefte doen. Dat is een prima klimaat voor de trachoombacterie."
Smerig bed
Dagelijks stuurt de oogkliniek mobiele teams naar het platteland om daar voorlichting te geven en oogaandoeningen te behandelen. In het dorpje Merabeye Kochi is dokter Fitsum Bekele met zijn assistenten neergestreken. Tussen metershoge cactussen staat een eenvoudig lemen gebouwtje met een golfplaten dak waarin de oogarts zijn patiënten ontvangt. Een paar basisinstrumenten en een smerig bed om operaties op uit te voeren, vormen de medische uitrusting.
Drie dagen blijft het team in het dorp. De eerste dag om alle patiënten te registreren en te onderzoeken. De tweede dag om de nodige operaties uit te voeren. En de derde dag om nacontroles uit te voeren. "Mensen betalen 3 birr (circa 30 eurocent, RD) inschrijfgeld", vertelt dokter Bekele. "Sommigen kunnen ook dat bedrag niet opbrengen. Dan helpen we hen voor niets. Maar eigenlijk mogen we het van de overheid niet gratis doen."
Buiten het provisorische kliniekje staan tientallen dorpsbewoners te wachten. Hun ezeltjes staan keurig in het droge gras opgesteld, vastgebonden aan de overal aanwezige acaciabomen. Kleine kinderen rennen gillend in hun blootje rond. Trots laat een van de mannen zijn bril zien die hij zelf heeft gefabriceerd. Met stukjes leer, ijzerdraad en touwtjes blijft het geval aan elkaar hangen. De enorme glazen vallen bijna buiten zijn hoofd.
Zwarte vlieg
"Typisch een geval van trachoom", zegt dokter Bekele terwijl hij het ooglid van een klein baby'tje optilt. De ontsteking is duidelijk zichtbaar in de ooghoek. "Maar hier kunnen we nog iets aan doen. Als je er maar snel genoeg bij bent."
Voor Shemsia Nurgaba ligt dat heel anders. Haar ooglid is helemaal naar binnen gedraaid. "Kijk", wijst de Ethiopische oogarts, "dit litteken heeft al geruime tijd over de oogbol gekrast, waardoor het hoornvlies is beschadigd. Ik ga haar opereren om verdere schade te voorkomen, maar het kwaad is voor een groot deel al geschied."
Verderop zit een klein ventje op de grond. Een grote zwarte vlieg zit in zijn ooghoek. Het lijkt het jongetje niet te deren. Met waterige oogjes kijkt hij de wereld in. "Dat is het volgende probleem", zucht Bekele. "De vliegen. Ze gaan op het aangetaste oog zitten en brengen zo de ziekte over op anderen. Vooral jonge kinderen hebben geen benul van het gevaar en laten die beesten rustig zitten - met alle gevolgen van dien."
De oogcorrectie is eigenlijk een heel simpele ingreep, legt Bekele uit. "We snijden het ooglid aan de zijkant iets in, waardoor het als het ware weer naar buiten kan rollen. De hele operatie neemt nog geen tien minuten in beslag. Na een paar dagen moet de patiënt alleen nog even terugkomen voor controle en om de hechtingen te verwijderen."
Kapot
Over anesthesie beschikt het team niet en algehele verdoving is ook niet in het ziekenhuisje in Butajira aanwezig. "Regelmatig komen hier buitenlandse artsen om grote oogoperaties uit te voeren", vertelt dokter Regassa, terug in de kliniek. "Zij nemen hun eigen apparatuur mee. Dan staan ze wel een paar weken onafgebroken te opereren."
Hoewel de kliniek beter is uitgerust dan de meeste ziekenhuizen in Ethiopië, blijft een medische ingreep zelfs met westerse apparatuur voor de patiënt niet zonder risico's. "Kapot", wijst dokter Regassa op een steriliseermachine. Op de vensterbank in de operatiekamer ligt een grote vliegenmepper, klaar voor gebruik.
Vrolijke afscheidsdans
Daar sta je dan, als blanke bezoeker in het binnenland van Burkina Faso. De inwoners van het plattelandsdorpje Taga kunnen zelf met moeite het hoofd boven water houden. Ziektes, voedsel- en watergebrek eisen maandelijks een zware tol. Veel ouders kunnen hun kinderen niet eens naar school sturen. Ze kunnen het schoolgeld niet betalen en hebben hun kroost hard nodig om brood op de plank te krijgen. Maar toch: in het weinige dat ze hebben, willen ze ook de bezoeker nog laten delen. Bij vertrek staat een grote zak eieren klaar. En een handvol kippen, keurig met de poten aan elkaar gebonden. Een groepje kleurig geklede vrouwen voert een vrolijke afscheidsdans op. Moet je in Nederland mee aankomen.
Voortdurend gevecht
Water in overvloed, zou je zeggen als je deze vrouwen over een overstroomde weg ziet lopen. In het regenseizoen hebben de inwoners van Burkina Faso inderdaad niet over gebrek aan water te klagen. Sterker nog: regelmatig worden dorpen in het noorden van het Afrikaanse land soms weken lang van de buitenwereld afgesloten. Tropische regens veranderen de wegen dan in onbegaanbare modderpoelen. Bruggen en dammen verdwijnen compleet in rivieren en meren. Maar zodra de droge periode aanbreekt, doet de verzengende zon de stromen in snel tempo opdrogen. Dan begint het voortdurende gevecht om elke druppel water te bemachtigen. Met wisselend succes, want genoeg is er nooit. Om over de kwaliteit van het kostbare vocht nog maar niet te spreken.
Kostbaar bezit
Een simpele gele jerrycan. Niets bijzonders, eigenlijk. Misschien is het ding ooit bij ons wel afgedankt. Maar in Afrika is het een bijzonder kostbaar bezit. Want in zo'n plastic geval gaat al snel 20 liter water. En als je geen kraan in je hutje hebt, als er zelfs geen pomp in het dorp staat, is een jerrycan zelfs van levensbelang. Hoe moet je anders aan water komen? Een paar keer per dag lopen deze Ugandese meisjes naar een meertje om water te halen. Een uur heen, een uur terug. Met een last van 20 kilo op hun hoofd. Stel je toch eens voor dat je binnen vijf minuten bij de pomp kunt zijn. Met uw hulp is dat mogelijk!
RD-actie brengt 435.000 euro op
APELDOORN - De 31e najaarsactie van het Reformatorisch Dagblad heeft 435.000 euro opgebracht. Met dat geld werken lokale organisaties en kerken aan het beschikbaar stellen van zuiver water in Burkina Faso, Ethiopië, Uganda en Kenia.
Tijdens de beurs Wegwijs, in de derde week van oktober, zullen de Nederlandse partnerorganisaties informatie geven over de nood en de besteding van het geld.
De tsunamiramp in december leidde tot grote financiële acties via de media. De fondswerving voor zuiver water in Afrika via de RD-actie lijkt hier echter niet onder geleden te hebben.
De opbrengst van de actie wordt in Burkina Faso gebruikt voor het graven van putten en het slaan van pompen ten behoeve van drinkwater en irrigatie van agrarisch gebied. Het gaat daarbij om enkele provincies in het zuiden van het land. Het project is onderdeel van een ontwikkelingsprogramma met voorlichting over hygiëne, gezonde voeding en infectieziektes.
In het noorden van Uganda wordt zuiver water uit de grond gewonnen via twee kwalitatief degelijke windmolens. In Kenia weten lokale stammen gebruik te maken van een gesloten waterleidingsysteem dat op de berghellingen gebruikmaakt van de zwaartekracht. De opbrengst van de actie dient om de aanleg mogelijk te maken.
In Ethiopië gebruikt de lokale gezondheidszorg de financiële hulp voor een voorlichtings- en schoon waterproject om oogziekten te voorkomen. Het projectgebied ligt ten zuiden van de hoofdstad Addis Abeba.
Het RD werkt in dit project samen met de stichting Woord en Daad, de Gereformeerde Zendingsbond, de organisatie Dark en Light en het deputaatschap tot hulpverlening in bijzondere noden van de Gereformeerde Gemeenten. Zij maken alle deel uit van het Prisma-platform.